BWBR0013486
Geldig vanaf 2010-08-20
Artikel 6
Regeling vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten Flora- en faunawet
1. Van de verboden op het binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen, alsmede het vervoer, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de wetwordt ten behoeve van doorvoer vrijstelling verleend voor specimens van soorten, genoemd in bijlage A, B, C of D bij de basisverordening, die zijn verzonden vanuit een derde land en via Nederland bestemd zijn voor een derde land.
2. Van de verboden op het binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen, alsmede op het vervoeren, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de wetwordt ten behoeve van doorvoer vrijstelling verleend voor dieren en producten van dieren van de soorten, genoemd in artikel 4, tweede lid, onderdeel c, van de Regeling aanwijzing beschermde dier- en plantensoorten Flora- en faunawet, die zijn verzonden vanuit een derde land en bestemd zijn voor doorvoer via Nederland naar een derde land.
3. De vrijstellingen als bedoeld in het eerste lid gelden met inachtneming van artikel 7, tweede lid, van de basisverordening.
2. Van de verboden op het binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen, alsmede op het vervoeren, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de wetwordt ten behoeve van doorvoer vrijstelling verleend voor dieren en producten van dieren van de soorten, genoemd in artikel 4, tweede lid, onderdeel c, van de Regeling aanwijzing beschermde dier- en plantensoorten Flora- en faunawet, die zijn verzonden vanuit een derde land en bestemd zijn voor doorvoer via Nederland naar een derde land.
3. De vrijstellingen als bedoeld in het eerste lid gelden met inachtneming van artikel 7, tweede lid, van de basisverordening.