BWBR0013486
Geldig vanaf 2010-08-20
Artikel 1b
Regeling vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten Flora- en faunawet
1. Als beschermde inheemse diersoort als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoortenworden aangewezen de soorten, genoemd in bijlage 1bij deze regeling.
2. Als dieren als bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoortenworden aangewezen dieren, behorende tot de soorten genoemd in bijlage 2bij deze regeling.
3. Als dieren als bedoeld in artikel 11, tweede lid, van het Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoortenworden aangewezen dieren, behorende tot de soorten genoemd in bijlage 3bij deze regeling.
4. Als beschermde inheemse dier- en plantensoorten als bedoeld in artikel 16b, tweede lid, onderdeel a, van het Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoortenworden aangewezen de soorten, genoemd in bijlage 4bij deze regeling.
5. Als diersoorten als bedoeld in artikel 16h, eerste lid, van het Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoortenworden aangewezen de soorten, genoemd in de bijlagen 5 tot en met 7bij deze regeling.
2. Als dieren als bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoortenworden aangewezen dieren, behorende tot de soorten genoemd in bijlage 2bij deze regeling.
3. Als dieren als bedoeld in artikel 11, tweede lid, van het Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoortenworden aangewezen dieren, behorende tot de soorten genoemd in bijlage 3bij deze regeling.
4. Als beschermde inheemse dier- en plantensoorten als bedoeld in artikel 16b, tweede lid, onderdeel a, van het Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoortenworden aangewezen de soorten, genoemd in bijlage 4bij deze regeling.
5. Als diersoorten als bedoeld in artikel 16h, eerste lid, van het Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoortenworden aangewezen de soorten, genoemd in de bijlagen 5 tot en met 7bij deze regeling.