BWBR0013486
Geldig vanaf 2010-08-20
Artikel 2
Regeling vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten Flora- en faunawet
1. De vrijstellingen, bedoeld in deze regeling, gelden slechts voorzover:
a. met betrekking tot de aanvraag, afgifte, vorm, inhoud, overlegging en geldigheid en het gebruik van invoervergunningen, uitvoervergunningen, kennisgevingen van invoer en certificaten, dan wel afschriften daarvan, alsmede van merken en etiketten is voldaan aan hetgeen daarover in de basis- en uitvoeringsverordening is bepaald, en
b. het bewijs daarvan door de houder van de betrokken specimens desgevraagd aan de ambtenaren belast met de handhaving van de wet wordt overgelegd.
2. De vrijstellingen genoemd in deze regeling gelden met inachtneming van artikel 43 van de uitvoeringsverordening.
3. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op de vrijstellingen, bedoeld in de artikelen 1cen 7, onderdeel b.
a. met betrekking tot de aanvraag, afgifte, vorm, inhoud, overlegging en geldigheid en het gebruik van invoervergunningen, uitvoervergunningen, kennisgevingen van invoer en certificaten, dan wel afschriften daarvan, alsmede van merken en etiketten is voldaan aan hetgeen daarover in de basis- en uitvoeringsverordening is bepaald, en
b. het bewijs daarvan door de houder van de betrokken specimens desgevraagd aan de ambtenaren belast met de handhaving van de wet wordt overgelegd.
2. De vrijstellingen genoemd in deze regeling gelden met inachtneming van artikel 43 van de uitvoeringsverordening.
3. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op de vrijstellingen, bedoeld in de artikelen 1cen 7, onderdeel b.