BWBR0013485
Geldig vanaf 2002-04-01
Artikel 4
Regeling aanwijzing dier- en plantensoorten Flora- en faunawet
1. Als beschermde uitheemse dier- en plantensoort als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de wetzijn, voorzover het soorten als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a, van de wetbetreft, en met uitzondering van de daarin voorkomende beschermde inheemse dier- en plantensoorten, aangewezen:
a. de soorten genoemd in bijlage A bij de basisverordening, met inachtneming van de tot die bijlage behorende opmerkingen over de interpretatie daarvan;
b. de soorten genoemd in bijlage IV bij richtlijn 92/43/EEG, voorzover deze soorten niet vallen onder de basisverordening;
c. de soorten genoemd in bijlage 3 bij deze regeling.
2. Als beschermde uitheemse dier- en plantensoort als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de wetzijn, voorzover het soorten als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel b, van de wetbetreft en voorzover deze soorten niet reeds onder artikel 4, eerste lid, van deze regeling vallen, aangewezen:
a. de soorten genoemd in de bijlagen B, C en D bij de basisverordening, met inachtneming van de tot die bijlage behorende opmerkingen over de interpretatie daarvan, en met uitzondering van de daarin voorkomende beschermde inheemse dier- en plantensoorten;
b. Castor canadensis (Canadese bever), Canis latrans (Coyote), Martes zibellina (sabelmarter), Procycon lotor (wasbeer), Ondatra zibethicus (muskusrat), Martes pennanti (Canadese marter), Taxidea taxus (Canadese das) en Martes americana (Amerikaanse marter);
c. Zeehond als bedoeld in artikel 2, eerste onderdeel, van verordening (EG) 1007/2009.
a. de soorten genoemd in bijlage A bij de basisverordening, met inachtneming van de tot die bijlage behorende opmerkingen over de interpretatie daarvan;
b. de soorten genoemd in bijlage IV bij richtlijn 92/43/EEG, voorzover deze soorten niet vallen onder de basisverordening;
c. de soorten genoemd in bijlage 3 bij deze regeling.
2. Als beschermde uitheemse dier- en plantensoort als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de wetzijn, voorzover het soorten als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel b, van de wetbetreft en voorzover deze soorten niet reeds onder artikel 4, eerste lid, van deze regeling vallen, aangewezen:
a. de soorten genoemd in de bijlagen B, C en D bij de basisverordening, met inachtneming van de tot die bijlage behorende opmerkingen over de interpretatie daarvan, en met uitzondering van de daarin voorkomende beschermde inheemse dier- en plantensoorten;
b. Castor canadensis (Canadese bever), Canis latrans (Coyote), Martes zibellina (sabelmarter), Procycon lotor (wasbeer), Ondatra zibethicus (muskusrat), Martes pennanti (Canadese marter), Taxidea taxus (Canadese das) en Martes americana (Amerikaanse marter);
c. Zeehond als bedoeld in artikel 2, eerste onderdeel, van verordening (EG) 1007/2009.