BWBR0013486
Geldig vanaf 2010-08-20
Artikel 19
Regeling vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten Flora- en faunawet
1. Van de verboden, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de wetwordt vrijstelling verleend voor in gevangenschap geboren en gefokte dieren of kunstmatig gekweekte planten, behorende tot beschermde uitheemse dier- of plantensoorten, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van de Regeling aanwijzing beschermde dier- en plantensoorten Flora- en faunawet, indien:
a. kan worden aangetoond dat de planten in Nederland gekweekt of de dieren in Nederland gefokt zijn, of, indien het producten van die planten of dieren betreft, betrokken producten van gekweekte planten of gefokte dieren afkomstig zijn, of,
b. bedoelde gefokte dieren of gekweekte planten of producten daarvan aantoonbaar in overeenstemming met de in een lid-staat geldende regelgeving zijn verkregen.
2. De vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, is van toepassing, voorzover voldaan is aan de krachtens artikel 18 van het Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoortengestelde regels.
a. kan worden aangetoond dat de planten in Nederland gekweekt of de dieren in Nederland gefokt zijn, of, indien het producten van die planten of dieren betreft, betrokken producten van gekweekte planten of gefokte dieren afkomstig zijn, of,
b. bedoelde gefokte dieren of gekweekte planten of producten daarvan aantoonbaar in overeenstemming met de in een lid-staat geldende regelgeving zijn verkregen.
2. De vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, is van toepassing, voorzover voldaan is aan de krachtens artikel 18 van het Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoortengestelde regels.