BWBR0013298
Geldig vanaf 2002-01-09
Artikel 7d
Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit SZW 2002
De directeur-generaal Uitvoeringsbeleid Werk en Inkomen is belast met de beleids- en bedrijfsvoering betreffende de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 2, onder f. Het werkterrein van de directeurgeneraal Uitvoeringsbeleid Werk en Inkomen omvat in brede zin:
a. het uitvoeringsbeleid, het (doen) uitvoeren van uitvoeringstoetsen en het bevorderen van een rechtmatige en effectieve uitvoering op het gebied van werk en inkomen;
b. het bevorderen van een doeltreffende en doelmatige toepassing van informatie- en communicatietechnologie in het gehele uitvoeringsdomein van het ministerie;
c. de coördinatie en monitoring van het opsporingsbeleid op het terrein van het ministerie en het jaarlijks opstellen van een opsporingsbeleidsplan en handhavingsarrangement;
d. het opsporen van zware strafbare feiten op de beleidsterreinen waarvoor de minister verantwoordelijkheid draagt, het in het kader van deze opsporing constateren van andere strafbare feiten welke daarmee verband houden, het in verband met de opsporing van strafbare feiten voeren van registers als genoemd in de Wet politieregisters en het verwerken van persoonsgegevens binnen het kader van de Wet bescherming persoonsgegevens;
e. het toetsen van voorgenomen weten regelgeving op handhaafbaarheid en fraudegevoeligheid.
a. het uitvoeringsbeleid, het (doen) uitvoeren van uitvoeringstoetsen en het bevorderen van een rechtmatige en effectieve uitvoering op het gebied van werk en inkomen;
b. het bevorderen van een doeltreffende en doelmatige toepassing van informatie- en communicatietechnologie in het gehele uitvoeringsdomein van het ministerie;
c. de coördinatie en monitoring van het opsporingsbeleid op het terrein van het ministerie en het jaarlijks opstellen van een opsporingsbeleidsplan en handhavingsarrangement;
d. het opsporen van zware strafbare feiten op de beleidsterreinen waarvoor de minister verantwoordelijkheid draagt, het in het kader van deze opsporing constateren van andere strafbare feiten welke daarmee verband houden, het in verband met de opsporing van strafbare feiten voeren van registers als genoemd in de Wet politieregisters en het verwerken van persoonsgegevens binnen het kader van de Wet bescherming persoonsgegevens;
e. het toetsen van voorgenomen weten regelgeving op handhaafbaarheid en fraudegevoeligheid.