BWBR0013298
Geldig vanaf 2002-01-09
Artikel 45
Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit SZW 2002
1. Stukken, bestemd voor:
a. de Koningin;
b. de Raad van State (van het Koninkrijk), voorzover betrekking hebbend op wetgeving;
c. de Raad van Ministers (van het Koninkrijk);
d. de Eerste of Tweede Kamer der Staten-Generaal;
e. de Algemene rekenkamer;
f. de Nationale ombudsman en
g. een extern advies- of overlegorgaan, worden vastgesteld en ondertekend door een bewindspersoon.
2. Ministeriële regelingen houdende algemeen verbindende voorschriften worden vastgesteld en ondertekend door een bewindspersoon. Indien bij of krachtens de wet waarbij de bevoegdheid tot het vaststellen van een ministeriële regeling wordt verleend in de mogelijkheid van mandaatverlening is voorzien kan een ministeriële regeling namens de bewindspersoon worden vastgesteld en ondertekend door hetzij de functionaris die daartoe bij of krachtens die wetsbepaling is aangewezen, hetzij de functionaris die daarvoor op grond van deze regeling in aanmerking komt.
3. Besluiten inzake het verlenen van goedkeuring aan, het schorsen of het vernietigen van dan wel het onthouden van goedkeuring aan besluiten van een ander bestuursorgaan worden genomen en ondertekend door een bewindspersoon.
4. Besluiten inzake de definitieve buiteninvorderingstelling van vorderingen op derden van meer dan € 500.000,- worden genomen en ondertekend door een bewindspersoon.
5. Besluiten inzake kwijtschelding van vorderingen op derden van meer dan € 500.000,- worden genomen en ondertekend door een bewindspersoon.
a. de Koningin;
b. de Raad van State (van het Koninkrijk), voorzover betrekking hebbend op wetgeving;
c. de Raad van Ministers (van het Koninkrijk);
d. de Eerste of Tweede Kamer der Staten-Generaal;
e. de Algemene rekenkamer;
f. de Nationale ombudsman en
g. een extern advies- of overlegorgaan, worden vastgesteld en ondertekend door een bewindspersoon.
2. Ministeriële regelingen houdende algemeen verbindende voorschriften worden vastgesteld en ondertekend door een bewindspersoon. Indien bij of krachtens de wet waarbij de bevoegdheid tot het vaststellen van een ministeriële regeling wordt verleend in de mogelijkheid van mandaatverlening is voorzien kan een ministeriële regeling namens de bewindspersoon worden vastgesteld en ondertekend door hetzij de functionaris die daartoe bij of krachtens die wetsbepaling is aangewezen, hetzij de functionaris die daarvoor op grond van deze regeling in aanmerking komt.
3. Besluiten inzake het verlenen van goedkeuring aan, het schorsen of het vernietigen van dan wel het onthouden van goedkeuring aan besluiten van een ander bestuursorgaan worden genomen en ondertekend door een bewindspersoon.
4. Besluiten inzake de definitieve buiteninvorderingstelling van vorderingen op derden van meer dan € 500.000,- worden genomen en ondertekend door een bewindspersoon.
5. Besluiten inzake kwijtschelding van vorderingen op derden van meer dan € 500.000,- worden genomen en ondertekend door een bewindspersoon.