BWBR0013298
Geldig vanaf 2002-01-09
Artikel 4
Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit SZW 2002
1. De secretaris-generaal is, gelet op het koninklijk besluit van 18 oktober 1988, houdende regeling van de functie en verantwoordelijkheid van de secretaris-generaal (Stb. 1988, 499), belast met de ambtelijke leiding van het ministerie.
2. De secretaris-generaal geeft rechtstreeks leiding aan de functionarissen, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdeel b tot en met g, en aan de functionarissen die leiding geven aan de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 2, onder a.
3. De secretaris-generaal stelt regels voor de vervanging van de plaatsvervangend secretaris-generaal en de directeuren-generaal, genoemd in artikel 3, eerste lid.
4. De secretaris-generaal stelt een meerjarenplan voor het ministerie vast. De secretaris-generaal stelt voorts de jaarplannen vast van de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 2, onder a. De secretaris-generaal kent aan de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeurengeneraal, de inspecteur-generaal Werk en Inkomen en de functionarissen die leiding geven aan de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 2, onder a, de budgetten toe waarover de genoemde functionarissen mogen beschikken. De secretaris-generaal bewaakt de voortgang van de uitvoering van het meerjarenplan en van de jaarplannen van de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 2, onder a.
5. De secretaris-generaal is verantwoordelijk voor:
a. het bij schriftelijk besluit toedelen van taken aan de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 2, onder a, en aan de functionarissen die leiding geven aan deze organisatieonderdelen;
b. de werkgeversverplichtingen die voortvloeien uit wet- en regelgeving op het gebied van arbeidsomstandigheden ten aanzien van de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 2, onder a, met dien verstande dat de secretaris-generaal zorg draagt voor toedeling van deze verantwoordelijkheid aan andere functionarissen voor zover deze ten aanzien van organisatieonderdelen genoemd in artikel 2, onder a, als bestuurder in de zin van artikel 1 van de Wet op de ondernemingsraden optreden;
c. de personeelsaangelegenheden voor zover die betrekking hebben op de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeuren-generaal, de inspecteur- generaal Werk en Inkomen en de functionarissen van de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 2, onder a;
d. het benoemen van directeuren, hoofden van afdelingen, subafdelingen en bureaus en van teamleiders aan wie bevoegdheden zijn toegekend met betrekking tot personeelsaangelegenheden, onverminderd het bepaalde in artikel 6a, tweede lid, onder c, en artikel 7, zesde lid, onder c;
e. de toepassing van het Besluit vergoeding representatiekosten rijkspersoneel en van artikel 6a van het Algemeen Rijksambtenarenreglement; f. het toepassen van de
f. het toepassen van de Ambtenarenwet, het Algemeen Rijksambtenarenreglement en het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 voor zover daarin is voorzien in besluiten bij koninklijk besluit;
g. het verlenen van ontslag op grond van artikel 125e van de Ambtenarenwet;
h. de behandeling van klachten als bedoeld in artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht voor zover deze betrekking hebben op gedragingen van de functionarissen, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdeel b tot en met g, en op gedragingen van de functionarissen van de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 2, onder a;
i. het bijhouden van een openbaar mandaat-, volmacht- en machtigingsregister SZW ten behoeve van een deugdelijke informatieverstrekking over de binnen het ministerie verleende vertegenwoordigingsbevoegdheden.
6. De secretaris-generaal is eindverantwoordelijk voor het integraal beheer van het Agentschap SZW. Hij bewaakt de continuïteit en kwaliteit van de organisatie en stuurt op de doelmatige en rechtmatige besteding van de middelen door het Agentschap SZW en op de kwaliteit van de bedrijfsvoering.
2. De secretaris-generaal geeft rechtstreeks leiding aan de functionarissen, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdeel b tot en met g, en aan de functionarissen die leiding geven aan de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 2, onder a.
3. De secretaris-generaal stelt regels voor de vervanging van de plaatsvervangend secretaris-generaal en de directeuren-generaal, genoemd in artikel 3, eerste lid.
4. De secretaris-generaal stelt een meerjarenplan voor het ministerie vast. De secretaris-generaal stelt voorts de jaarplannen vast van de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 2, onder a. De secretaris-generaal kent aan de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeurengeneraal, de inspecteur-generaal Werk en Inkomen en de functionarissen die leiding geven aan de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 2, onder a, de budgetten toe waarover de genoemde functionarissen mogen beschikken. De secretaris-generaal bewaakt de voortgang van de uitvoering van het meerjarenplan en van de jaarplannen van de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 2, onder a.
5. De secretaris-generaal is verantwoordelijk voor:
a. het bij schriftelijk besluit toedelen van taken aan de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 2, onder a, en aan de functionarissen die leiding geven aan deze organisatieonderdelen;
b. de werkgeversverplichtingen die voortvloeien uit wet- en regelgeving op het gebied van arbeidsomstandigheden ten aanzien van de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 2, onder a, met dien verstande dat de secretaris-generaal zorg draagt voor toedeling van deze verantwoordelijkheid aan andere functionarissen voor zover deze ten aanzien van organisatieonderdelen genoemd in artikel 2, onder a, als bestuurder in de zin van artikel 1 van de Wet op de ondernemingsraden optreden;
c. de personeelsaangelegenheden voor zover die betrekking hebben op de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeuren-generaal, de inspecteur- generaal Werk en Inkomen en de functionarissen van de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 2, onder a;
d. het benoemen van directeuren, hoofden van afdelingen, subafdelingen en bureaus en van teamleiders aan wie bevoegdheden zijn toegekend met betrekking tot personeelsaangelegenheden, onverminderd het bepaalde in artikel 6a, tweede lid, onder c, en artikel 7, zesde lid, onder c;
e. de toepassing van het Besluit vergoeding representatiekosten rijkspersoneel en van artikel 6a van het Algemeen Rijksambtenarenreglement; f. het toepassen van de
f. het toepassen van de Ambtenarenwet, het Algemeen Rijksambtenarenreglement en het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 voor zover daarin is voorzien in besluiten bij koninklijk besluit;
g. het verlenen van ontslag op grond van artikel 125e van de Ambtenarenwet;
h. de behandeling van klachten als bedoeld in artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht voor zover deze betrekking hebben op gedragingen van de functionarissen, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdeel b tot en met g, en op gedragingen van de functionarissen van de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 2, onder a;
i. het bijhouden van een openbaar mandaat-, volmacht- en machtigingsregister SZW ten behoeve van een deugdelijke informatieverstrekking over de binnen het ministerie verleende vertegenwoordigingsbevoegdheden.
6. De secretaris-generaal is eindverantwoordelijk voor het integraal beheer van het Agentschap SZW. Hij bewaakt de continuïteit en kwaliteit van de organisatie en stuurt op de doelmatige en rechtmatige besteding van de middelen door het Agentschap SZW en op de kwaliteit van de bedrijfsvoering.