BWBR0013298
Geldig vanaf 2002-01-09
Artikel 5
Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit SZW 2002
1. De secretaris-generaal is bevoegd om namens een bewindspersoon besluiten te nemen, privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten en handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn.
2. De bevoegdheden van de secretaris- generaal, bedoeld in het eerste lid, omvatten in elk geval mandaat, volmacht en machtiging ten aanzien van de volgende aangelegenheden:
a. beslissingen in bezwaar- en beroepsprocedures, voor zover betrekking hebbend op de terreinen van de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 2, onder a, met uitzondering van de beslissing op een beroepschrift;
b. de in artikel 4, vijfde lid, genoemde aangelegenheden, met uitzondering van het nemen van besluiten als bedoeld in de onderdelen f en g;
c. de voorlopige buiteninvorderingstelling en definitieve buiteninvorderingstelling van vorderingen op derden van minder dan € 500.000,–, alsmede, na instemming van de Minister van Financiën, de voorlopige buiteninvorderingstelling van vorderingen van meer dan € 500.000,–;
d de kwijtschelding van vorderingen op derden van ten hoogste € 500.000,-.
3. De secretaris-generaal is bevoegd tot uitoefening van alle bevoegdheden die zijn verleend aan onder hem ressorterende functionarissen, met dien verstande dat:
a. hij gehouden is om de inspectiebevindingen van de Arbeidsinspectie en de Inspectie Werk en Inkomen, ongewijzigd door te sturen naar de betreffende bewindsperso(o)n(en);
b. hij gehouden is om de jaarplannen, meerjarenplannen en jaarverslagen met betrekking tot de inspectietaken van de Arbeidsinspectie en de Inspectie Werk en Inkomen, ongewijzigd door te sturen naar de betreffende bewindsperso(o)n(en);
c. hij gehouden is om de door de algemeen directeur van de Arbeidsinspectie en de inspecteurgeneraal Werk en Inkomen gerapporteerde resultaten voortvloeiend uit toezichtbaarheids- en uitvoeringstoetsen welke op verzoek van een bewindspersoon binnen de daarvoor gestelde termijnen worden uitgebracht bij relevante wet- en regelgeving, ongewijzigd door te sturen aan de betreffende bewindsperso(o)n(en).
4. De secretaris-generaal kan tijdelijke departementale projectorganisaties instellen en projectdirecteuren benoemen die leiding geven aan deze projectorganisaties. De secretaris-generaal kan deze projectorganisaties onder verantwoordelijkheid van de plaatsvervangend secretaris-generaal, een directeur-generaal of de inspecteur- generaal Werk en Inkomen stellen en bepalen dat de verlening van vertegenwoordigingsbevoegdheden aan de betreffende functionaris(sen) binnen de projectorganisatie door de betreffende directeur-generaal, plaatsvervangend secretaris-generaal of inspecteur-generaal kan geschieden.
2. De bevoegdheden van de secretaris- generaal, bedoeld in het eerste lid, omvatten in elk geval mandaat, volmacht en machtiging ten aanzien van de volgende aangelegenheden:
a. beslissingen in bezwaar- en beroepsprocedures, voor zover betrekking hebbend op de terreinen van de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 2, onder a, met uitzondering van de beslissing op een beroepschrift;
b. de in artikel 4, vijfde lid, genoemde aangelegenheden, met uitzondering van het nemen van besluiten als bedoeld in de onderdelen f en g;
c. de voorlopige buiteninvorderingstelling en definitieve buiteninvorderingstelling van vorderingen op derden van minder dan € 500.000,–, alsmede, na instemming van de Minister van Financiën, de voorlopige buiteninvorderingstelling van vorderingen van meer dan € 500.000,–;
d de kwijtschelding van vorderingen op derden van ten hoogste € 500.000,-.
3. De secretaris-generaal is bevoegd tot uitoefening van alle bevoegdheden die zijn verleend aan onder hem ressorterende functionarissen, met dien verstande dat:
a. hij gehouden is om de inspectiebevindingen van de Arbeidsinspectie en de Inspectie Werk en Inkomen, ongewijzigd door te sturen naar de betreffende bewindsperso(o)n(en);
b. hij gehouden is om de jaarplannen, meerjarenplannen en jaarverslagen met betrekking tot de inspectietaken van de Arbeidsinspectie en de Inspectie Werk en Inkomen, ongewijzigd door te sturen naar de betreffende bewindsperso(o)n(en);
c. hij gehouden is om de door de algemeen directeur van de Arbeidsinspectie en de inspecteurgeneraal Werk en Inkomen gerapporteerde resultaten voortvloeiend uit toezichtbaarheids- en uitvoeringstoetsen welke op verzoek van een bewindspersoon binnen de daarvoor gestelde termijnen worden uitgebracht bij relevante wet- en regelgeving, ongewijzigd door te sturen aan de betreffende bewindsperso(o)n(en).
4. De secretaris-generaal kan tijdelijke departementale projectorganisaties instellen en projectdirecteuren benoemen die leiding geven aan deze projectorganisaties. De secretaris-generaal kan deze projectorganisaties onder verantwoordelijkheid van de plaatsvervangend secretaris-generaal, een directeur-generaal of de inspecteur- generaal Werk en Inkomen stellen en bepalen dat de verlening van vertegenwoordigingsbevoegdheden aan de betreffende functionaris(sen) binnen de projectorganisatie door de betreffende directeur-generaal, plaatsvervangend secretaris-generaal of inspecteur-generaal kan geschieden.