BWBR0013298
Geldig vanaf 2002-01-09
Artikel 6
Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit SZW 2002
1. De plaatsvervangend secretarisgeneraal vervangt de secretaris-generaal bij diens afwezigheid of verhindering. Hij treedt alsdan in de verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de secretaris-generaal.
2. De plaatsvervangend secretarisgeneraal geeft rechtstreeks leiding aan de functionarissen die leiding geven aan de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 2, onder b.
3. De plaatsvervangend secretarisgeneraal stelt de jaarplannen vast van de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 2, onder b. Gegeven het budget dat door de secretaris-generaal aan de plaatsvervangend secretarisgeneraal ter beschikking is gesteld, kent de plaatsvervangend secretarisgeneraal aan de functionarissen die leiding geven aan de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 2, onder b, de budgetten toe waarover zij mogen beschikken. De plaatsvervangend secretaris-generaal bewaakt de voortgang van de uitvoering van jaarplannen van de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 2, onder b.
4. De plaatsvervangend secretarisgeneraal is belast met de beleids- en bedrijfsvoering betreffende de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 2, onder b. Het werkterrein van de plaatsvervangend secretaris-generaal omvat in brede zin:
a. het organisatie- en personeelsbeleid;
b. het voorlichtings- en communicatiebeleid, inclusief de documentaire informatievoorziening;
c. het financiële en administratieve beleid, inclusief taken ten aanzien van de departementale begroting en jaarverantwoording, het coördineren van het verkeer met de Algemene Rekenkamer en het uitvoeren van bekostigingsactiviteiten in het kader van wettelijke uitkerings- en subsidieregelingen;
d. de uitvoering van de taken van de departementale Accountantsdienst;
e. het huisvestings- en beveiligingsbeleid voor wat betreft de Haagse vestigingen van het ministerie, met inbegrip van crisisbeheersing en milieumanagement;
f. het automatiserings- en informatiseringsbeleid;
g. overige facilitaire diensten, inclusief advisering op het gebied van inkoop en (Europese) aanbestedingen;
h. het beheer van de pensioengarantieregeling voor oud-medewerkers van de emigratiecentrales;
i. het behandelen van bezwaar- en beroepschriften en zaken van de nationale ombudsman van (ex-)medewerkers van het ministerie inzake aangelegenheden verband houdend met de dienstbetrekking;
j. de verzorging van ramingen en de daarvoor benodigde analyses met betrekking tot de beleidsterreinen van het ministerie en het regisseren, verkrijgen en beheren van de betreffende beleidsinformatie.
5. De plaatsvervangend secretarisgeneraal is verantwoordelijk voor:
a. het bij schriftelijk besluit toedelen van taken aan de onder hem ressorterende organisatieonderdelen en aan de functionarissen die leiding geven aan deze organisatieonderdelen;
b. de werkgeversverplichtingen die voortvloeien uit wet- en regelgeving op het gebied van arbeidsomstandigheden ten aanzien van de onder hem ressorterende organisatieonderdelen alsmede de hiervoor bedoelde werkgeversverplichtingen voor zover deze centraal georganiseerd zijn;
c. de personeelsaangelegenheden welke niet ingevolge artikel 4, vijfde lid, aan de secretaris-generaal zijn voorbehouden, dan wel ingevolge artikel 8, tweede lid, van het Besluit taakuitoefening Inspectie Werk en Inkomen tot de bevoegdheden van de inspecteur-generaal Werk en Inkomen behoren, dan wel ingevolge artikel 7, derde lid, tot de taken van een directeur- generaal of de inspecteur-generaal Werk en Inkomen behoren;
d. het adviseren van de bewindspersonen ten aanzien zijn werkterrein als bedoeld in het vierde lid en het attenderen van de bewindspersonen op politiek of maatschappelijk gevoelige aspecten ten aanzien van zijn werkterrein;
e. het rapporteren aan de secretarisgeneraal over de uitvoering van de jaarplannen betreffende de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 2, onder b;
f. de behandeling van klachten als bedoeld in artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht voor zover deze betrekking hebben op gedragingen van functionarissen van de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 2, onder b;
g. de behandeling van klachten over de wijze waarop de bemiddelingsorganisatie, bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van de Regeling Kinderopvang SZW, uitvoering geeft aan de Regeling Kinderopvang SZW; h. een juiste, volledige en tijdige aanlevering aan de secretaris-generaal van de gegevens die in het mandaat-, volmacht- en machtigingsregister SZW, genoemd in artikel 4, vijfde lid, onder i, moeten worden opgenomen.
2. De plaatsvervangend secretarisgeneraal geeft rechtstreeks leiding aan de functionarissen die leiding geven aan de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 2, onder b.
3. De plaatsvervangend secretarisgeneraal stelt de jaarplannen vast van de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 2, onder b. Gegeven het budget dat door de secretaris-generaal aan de plaatsvervangend secretarisgeneraal ter beschikking is gesteld, kent de plaatsvervangend secretarisgeneraal aan de functionarissen die leiding geven aan de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 2, onder b, de budgetten toe waarover zij mogen beschikken. De plaatsvervangend secretaris-generaal bewaakt de voortgang van de uitvoering van jaarplannen van de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 2, onder b.
4. De plaatsvervangend secretarisgeneraal is belast met de beleids- en bedrijfsvoering betreffende de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 2, onder b. Het werkterrein van de plaatsvervangend secretaris-generaal omvat in brede zin:
a. het organisatie- en personeelsbeleid;
b. het voorlichtings- en communicatiebeleid, inclusief de documentaire informatievoorziening;
c. het financiële en administratieve beleid, inclusief taken ten aanzien van de departementale begroting en jaarverantwoording, het coördineren van het verkeer met de Algemene Rekenkamer en het uitvoeren van bekostigingsactiviteiten in het kader van wettelijke uitkerings- en subsidieregelingen;
d. de uitvoering van de taken van de departementale Accountantsdienst;
e. het huisvestings- en beveiligingsbeleid voor wat betreft de Haagse vestigingen van het ministerie, met inbegrip van crisisbeheersing en milieumanagement;
f. het automatiserings- en informatiseringsbeleid;
g. overige facilitaire diensten, inclusief advisering op het gebied van inkoop en (Europese) aanbestedingen;
h. het beheer van de pensioengarantieregeling voor oud-medewerkers van de emigratiecentrales;
i. het behandelen van bezwaar- en beroepschriften en zaken van de nationale ombudsman van (ex-)medewerkers van het ministerie inzake aangelegenheden verband houdend met de dienstbetrekking;
j. de verzorging van ramingen en de daarvoor benodigde analyses met betrekking tot de beleidsterreinen van het ministerie en het regisseren, verkrijgen en beheren van de betreffende beleidsinformatie.
5. De plaatsvervangend secretarisgeneraal is verantwoordelijk voor:
a. het bij schriftelijk besluit toedelen van taken aan de onder hem ressorterende organisatieonderdelen en aan de functionarissen die leiding geven aan deze organisatieonderdelen;
b. de werkgeversverplichtingen die voortvloeien uit wet- en regelgeving op het gebied van arbeidsomstandigheden ten aanzien van de onder hem ressorterende organisatieonderdelen alsmede de hiervoor bedoelde werkgeversverplichtingen voor zover deze centraal georganiseerd zijn;
c. de personeelsaangelegenheden welke niet ingevolge artikel 4, vijfde lid, aan de secretaris-generaal zijn voorbehouden, dan wel ingevolge artikel 8, tweede lid, van het Besluit taakuitoefening Inspectie Werk en Inkomen tot de bevoegdheden van de inspecteur-generaal Werk en Inkomen behoren, dan wel ingevolge artikel 7, derde lid, tot de taken van een directeur- generaal of de inspecteur-generaal Werk en Inkomen behoren;
d. het adviseren van de bewindspersonen ten aanzien zijn werkterrein als bedoeld in het vierde lid en het attenderen van de bewindspersonen op politiek of maatschappelijk gevoelige aspecten ten aanzien van zijn werkterrein;
e. het rapporteren aan de secretarisgeneraal over de uitvoering van de jaarplannen betreffende de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 2, onder b;
f. de behandeling van klachten als bedoeld in artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht voor zover deze betrekking hebben op gedragingen van functionarissen van de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 2, onder b;
g. de behandeling van klachten over de wijze waarop de bemiddelingsorganisatie, bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van de Regeling Kinderopvang SZW, uitvoering geeft aan de Regeling Kinderopvang SZW; h. een juiste, volledige en tijdige aanlevering aan de secretaris-generaal van de gegevens die in het mandaat-, volmacht- en machtigingsregister SZW, genoemd in artikel 4, vijfde lid, onder i, moeten worden opgenomen.