BWBR0013298
Geldig vanaf 2002-01-09
Artikel 3
Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit SZW 2002
1. De volgende functionarissen voeren regelmatig collegiaal overleg over de belangrijke aspecten van beleidsontwikkeling en -uitvoering en over de departementale bedrijfsvoering:
a. de secretaris-generaal;
b. de plaatsvervangend secretaris-generaal;
c. de directeur-generaal Arbeidsverhoudingen en Internationale Betrekkingen;
d. de directeur-generaal Arbeidsomstandigheden en Sociale Verzekeringen;
e. de directeur-generaal Arbeidsmarktbeleid en Bijstand;
f. de directeur-generaal Uitvoeringsbeleid Werk en Inkomen;
g. de inspecteur-generaal Werk en Inkomen.
2. Het in het eerste lid bedoelde overleg staat onder voorzitterschap van de secretaris-generaal en elk van de functionarissen neemt daaraan deel met volledig behoud van de eigen verantwoordelijkheden en bevoegdheden. De inspecteur-generaal Werk en Inkomen neemt aan dit overleg deel op een zodanige wijze dat dit in overeenstemming is met zijn verantwoordelijkheid voor de onafhankelijke uitvoering van de taken genoemd in artikel 37 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
a. de secretaris-generaal;
b. de plaatsvervangend secretaris-generaal;
c. de directeur-generaal Arbeidsverhoudingen en Internationale Betrekkingen;
d. de directeur-generaal Arbeidsomstandigheden en Sociale Verzekeringen;
e. de directeur-generaal Arbeidsmarktbeleid en Bijstand;
f. de directeur-generaal Uitvoeringsbeleid Werk en Inkomen;
g. de inspecteur-generaal Werk en Inkomen.
2. Het in het eerste lid bedoelde overleg staat onder voorzitterschap van de secretaris-generaal en elk van de functionarissen neemt daaraan deel met volledig behoud van de eigen verantwoordelijkheden en bevoegdheden. De inspecteur-generaal Werk en Inkomen neemt aan dit overleg deel op een zodanige wijze dat dit in overeenstemming is met zijn verantwoordelijkheid voor de onafhankelijke uitvoering van de taken genoemd in artikel 37 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.