BWBR0010788
Geldig vanaf 1999-10-26
Artikel 8
Beleidsregels bestuurlijke boeten Bureau Heffingen 1999
1. De aan de heffingplichtige in verband met het opleggen van een boete toekomende waarborgen gelden, met uitzondering van het inzagerecht, bedoeld in artikel 67m van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, vanaf het tijdstip waarop de inspecteur een handeling verricht waaraan de heffingplichtige in redelijkheid de gevolgtrekking kan verbinden dat aan hem wegens een bepaalde gedraging een boete is of zal worden opgelegd.
2. Het inzagerecht, bedoeld in artikel 67m van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, geldt vanaf het moment waarop de inspecteur de heffingplichtige meedeelt dat een verzuimboete is opgelegd of hem ervan in kennis stelt dat een vergrijpboete zal worden opgelegd. Indien het voornemen tot het opleggen van een boete geheel of gedeeltelijk berust op gegevens over derden, worden de desbetreffende bescheiden, voorzover mogelijk, geanonimiseerd.
2. Het inzagerecht, bedoeld in artikel 67m van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, geldt vanaf het moment waarop de inspecteur de heffingplichtige meedeelt dat een verzuimboete is opgelegd of hem ervan in kennis stelt dat een vergrijpboete zal worden opgelegd. Indien het voornemen tot het opleggen van een boete geheel of gedeeltelijk berust op gegevens over derden, worden de desbetreffende bescheiden, voorzover mogelijk, geanonimiseerd.