BWBR0010788
Geldig vanaf 1999-10-26
Artikel 19
Beleidsregels bestuurlijke boeten Bureau Heffingen 1999
1. Indien de heffingplichtige:
a. een verschuldigde forfaitaire mineralenheffing;
b. een verschuldigde verfijnde mineralenheffing;
c. de verschuldigde heffing van intermediaire ondernemingen; niet, niet tijdig of gedeeltelijk niet betaalt, maar van desbetreffende heffing wel tijdig aangifte heeft gedaan, dan legt de inspecteur een verzuimboete op van ten hoogste € 4.500.
2. De verzuimboete bedraagt ingeval van:
a. een eerste verzuim 1% van het gedeelte van de verschuldigde heffing dat niet of niet tijdig is betaald;
b. een tweede verzuim 5% van het gedeelte van de verschuldigde heffing dat niet of niet tijdig is betaald;
c. een volgend verzuim 10% van het gedeelte van de verschuldigde heffing dat niet of niet tijdig is betaald. Van een eerste verzuim is sprake indien de heffingplichtige in geen van de laatste vijf kalenderjaren, voorafgaande aan het kalenderjaar waarop de desbetreffende heffing betrekking heeft, in verzuim is geweest. Van een tweede, onderscheidenlijk volgend verzuim is sprake indien de heffingplichtige in één, onderscheidenlijk twee of meer van de laatste vijf kalenderjaren, voorafgaande aan het kalenderjaar waarop de desbetreffende heffing betrekking heeft, in verzuim is geweest. Een verzuim ten aanzien waarvan bij de heffingplichtige sprake is van afwezigheid van alle schuld wordt niet in aanmerking genomen.
3. Indien de verschuldigde heffing, vermeerderd met het ingevolge de vorige leden berekende boetebedrag, lager is dan€ 11, legt de inspecteur in afwijking van de vorige leden geen verzuimboete op. Dit verzuim wordt wel in aanmerking genomen bij de berekening van het aantal verzuimen, bedoeld in het tweede lid.
4. De inspecteur verlaagt de opgelegde verzuimboete naar evenredigheid bij vermindering of teruggaaf van de desbetreffende heffing. De verzuimboete wordt niet lager gesteld dan op € 11.
a. een verschuldigde forfaitaire mineralenheffing;
b. een verschuldigde verfijnde mineralenheffing;
c. de verschuldigde heffing van intermediaire ondernemingen; niet, niet tijdig of gedeeltelijk niet betaalt, maar van desbetreffende heffing wel tijdig aangifte heeft gedaan, dan legt de inspecteur een verzuimboete op van ten hoogste € 4.500.
2. De verzuimboete bedraagt ingeval van:
a. een eerste verzuim 1% van het gedeelte van de verschuldigde heffing dat niet of niet tijdig is betaald;
b. een tweede verzuim 5% van het gedeelte van de verschuldigde heffing dat niet of niet tijdig is betaald;
c. een volgend verzuim 10% van het gedeelte van de verschuldigde heffing dat niet of niet tijdig is betaald. Van een eerste verzuim is sprake indien de heffingplichtige in geen van de laatste vijf kalenderjaren, voorafgaande aan het kalenderjaar waarop de desbetreffende heffing betrekking heeft, in verzuim is geweest. Van een tweede, onderscheidenlijk volgend verzuim is sprake indien de heffingplichtige in één, onderscheidenlijk twee of meer van de laatste vijf kalenderjaren, voorafgaande aan het kalenderjaar waarop de desbetreffende heffing betrekking heeft, in verzuim is geweest. Een verzuim ten aanzien waarvan bij de heffingplichtige sprake is van afwezigheid van alle schuld wordt niet in aanmerking genomen.
3. Indien de verschuldigde heffing, vermeerderd met het ingevolge de vorige leden berekende boetebedrag, lager is dan€ 11, legt de inspecteur in afwijking van de vorige leden geen verzuimboete op. Dit verzuim wordt wel in aanmerking genomen bij de berekening van het aantal verzuimen, bedoeld in het tweede lid.
4. De inspecteur verlaagt de opgelegde verzuimboete naar evenredigheid bij vermindering of teruggaaf van de desbetreffende heffing. De verzuimboete wordt niet lager gesteld dan op € 11.