BWBR0010788
Geldig vanaf 1999-10-26
Artikel 6
Beleidsregels bestuurlijke boeten Bureau Heffingen 1999
1. Indien de heffingplichtige niet meer in rechte tegen een hem opgelegde boete op kan komen, gaat de inspecteur na ontvangst van een verzoek om de boete ambtshalve te verminderen na of de boete tot de juiste hoogte is vastgesteld. Indien het de inspecteur blijkt dat de boete tot een te hoog bedrag is vastgesteld, vermindert hij dit bedrag.
2. De termijn waarbinnen de heffingplichtige kan verzoeken om vermindering van de boete bedraagt vijf jaar, te rekenen vanaf de dag nadat de boetebeschikking onherroepelijk is geworden.
3. De inspecteur vermindert in elk geval ambtshalve een opgelegde boete indien deze als gevolg van een wijziging van de grondslag voor de berekening van de boete voor verlaging in aanmerking komt.
2. De termijn waarbinnen de heffingplichtige kan verzoeken om vermindering van de boete bedraagt vijf jaar, te rekenen vanaf de dag nadat de boetebeschikking onherroepelijk is geworden.
3. De inspecteur vermindert in elk geval ambtshalve een opgelegde boete indien deze als gevolg van een wijziging van de grondslag voor de berekening van de boete voor verlaging in aanmerking komt.