BWBR0010788
Geldig vanaf 1999-10-26
Artikel 10
Beleidsregels bestuurlijke boeten Bureau Heffingen 1999
1. Er is sprake van een verhoor als bedoeld in artikel 67l van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, indien de inspecteur de heffingplichtige in een directe confrontatie ondervraagt in verband met zijn voornemen een boete op te leggen.
2. Een verhoor vindt niet eerder plaats dan na schriftelijke oproep door de inspecteur. De inspecteur vermeldt in de oproep dat de heffingplichtige tijdens het verhoor niet tot antwoorden is verplicht. De inspecteur herhaalt dit vóór het daadwerkelijke verhoor aanvangt.
3. De heffingplichtige verschijnt in persoon voor het verhoor, tenzij de inspecteur ermee instemt dat de heffingplichtige zich laat vertegenwoordigen.
4. De inspecteur maakt na afloop van het verhoor een verslag waarin hij onder meer vermeldt of de heffingplichtige erop is gewezen dat hij niet tot antwoorden verplicht is. De heffingplichtige krijgt een afschrift van dat verslag.
2. Een verhoor vindt niet eerder plaats dan na schriftelijke oproep door de inspecteur. De inspecteur vermeldt in de oproep dat de heffingplichtige tijdens het verhoor niet tot antwoorden is verplicht. De inspecteur herhaalt dit vóór het daadwerkelijke verhoor aanvangt.
3. De heffingplichtige verschijnt in persoon voor het verhoor, tenzij de inspecteur ermee instemt dat de heffingplichtige zich laat vertegenwoordigen.
4. De inspecteur maakt na afloop van het verhoor een verslag waarin hij onder meer vermeldt of de heffingplichtige erop is gewezen dat hij niet tot antwoorden verplicht is. De heffingplichtige krijgt een afschrift van dat verslag.