BWBR0010788
Geldig vanaf 1999-10-26
Artikel 11
Beleidsregels bestuurlijke boeten Bureau Heffingen 1999
1. De in artikel 67g, tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingenbedoelde mededeling geschiedt schriftelijk.
2. Bij het opleggen van een verzuimboete vermeldt de mededeling het feit dat aanleiding heeft gegeven tot het opleggen van de boete, alsmede de voor de berekening van de boete gehanteerde uitgangspunten.
3. Bij het opleggen van een vergrijpboete vermeldt de mededeling het feit dat aanleiding heeft gegeven tot het opleggen van de boete alsmede de feiten en omstandigheden op grond waarvan wordt aangenomen dat sprake is van opzet of grove schuld. In voorkomende gevallen vermeldt de mededeling tevens de bijzondere omstandigheden, bedoeld in hoofdstuk IV, die tot een matiging of een verhoging van de boete hebben geleid.
4. Indien de inspecteur weet dat noch de heffingplichtige, noch zijn gemachtigde de Nederlandse taal voldoende begrijpt, vult hij de mededeling aan met een vertaling daarvan, althans een korte weergave in een voor de heffingplichtige of zijn gemachtigde begrijpelijke taal.
2. Bij het opleggen van een verzuimboete vermeldt de mededeling het feit dat aanleiding heeft gegeven tot het opleggen van de boete, alsmede de voor de berekening van de boete gehanteerde uitgangspunten.
3. Bij het opleggen van een vergrijpboete vermeldt de mededeling het feit dat aanleiding heeft gegeven tot het opleggen van de boete alsmede de feiten en omstandigheden op grond waarvan wordt aangenomen dat sprake is van opzet of grove schuld. In voorkomende gevallen vermeldt de mededeling tevens de bijzondere omstandigheden, bedoeld in hoofdstuk IV, die tot een matiging of een verhoging van de boete hebben geleid.
4. Indien de inspecteur weet dat noch de heffingplichtige, noch zijn gemachtigde de Nederlandse taal voldoende begrijpt, vult hij de mededeling aan met een vertaling daarvan, althans een korte weergave in een voor de heffingplichtige of zijn gemachtigde begrijpelijke taal.