BWBR0010788
Geldig vanaf 1999-10-26
Artikel 20
Beleidsregels bestuurlijke boeten Bureau Heffingen 1999
1. Indien de heffingplichtige:
a. een verschuldigde forfaitaire mineralenheffing;
b. een verschuldigde verfijnde mineralenheffing;
c. de verschuldigde heffing van intermediaire ondernemingen; niet, niet tijdig of gedeeltelijk niet betaalt doordat op de desbetreffende aangifte een te lage belastbare hoeveelheid is aangegeven, en het bedrag dat niet betaald is omvangrijk of verhoudingsgewijs omvangrijk is, dan legt de inspecteur, in afwijking van artikel 19, een verzuimboete op van 10% van het gedeelte van de verschuldigde heffing dat niet betaald is. De verzuimboete bedraagt ten hoogste € 4.500.
2. Indien de heffingplichtige, voordat deze weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat de inspecteur bekend is zal worden met het feit dat op de aangifte te weinig belasting is aangegeven, schriftelijk kenbaar maakt aan de inspecteur dat en welk bedrag niet of gedeeltelijk niet betaald is, legt de inspecteur, in zoverre in afwijking van het eerste lid, een verzuimboete op van 5% van het gedeelte van de verschuldigde heffing dat niet betaald is, met een maximum van € 4.500.
3. Indien het gedeelte van de verschuldigde heffing dat niet betaald is, vermeerderd met het ingevolge het eerste of het tweede lid berekende boetebedrag, lager is dan € 11, legt de inspecteur geen verzuimboete op.
4. De inspecteur verlaagt de opgelegde verzuimboete naar evenredigheid bij vermindering of teruggaaf van de desbetreffende heffing. De verzuimboete wordt niet lager gesteld dan € 11.
a. een verschuldigde forfaitaire mineralenheffing;
b. een verschuldigde verfijnde mineralenheffing;
c. de verschuldigde heffing van intermediaire ondernemingen; niet, niet tijdig of gedeeltelijk niet betaalt doordat op de desbetreffende aangifte een te lage belastbare hoeveelheid is aangegeven, en het bedrag dat niet betaald is omvangrijk of verhoudingsgewijs omvangrijk is, dan legt de inspecteur, in afwijking van artikel 19, een verzuimboete op van 10% van het gedeelte van de verschuldigde heffing dat niet betaald is. De verzuimboete bedraagt ten hoogste € 4.500.
2. Indien de heffingplichtige, voordat deze weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat de inspecteur bekend is zal worden met het feit dat op de aangifte te weinig belasting is aangegeven, schriftelijk kenbaar maakt aan de inspecteur dat en welk bedrag niet of gedeeltelijk niet betaald is, legt de inspecteur, in zoverre in afwijking van het eerste lid, een verzuimboete op van 5% van het gedeelte van de verschuldigde heffing dat niet betaald is, met een maximum van € 4.500.
3. Indien het gedeelte van de verschuldigde heffing dat niet betaald is, vermeerderd met het ingevolge het eerste of het tweede lid berekende boetebedrag, lager is dan € 11, legt de inspecteur geen verzuimboete op.
4. De inspecteur verlaagt de opgelegde verzuimboete naar evenredigheid bij vermindering of teruggaaf van de desbetreffende heffing. De verzuimboete wordt niet lager gesteld dan € 11.