BWBR0010021
Geldig vanaf 1998-12-01
Artikel 9
Regeling controleapparaten
1. De aanvrager van een erkenning als installateur beschikt over:
a. door de Dienst Wegverkeer goedgekeurde wegdraaital-meetapparatuur, geschikt voor zowel mechanische als elektronische controleapparaataandrijving;
b. een door de Dienst Wegverkeer goedgekeurde impulsenteller ten behoeve van het afstellen van elektronisch aanpasbare controleapparaten;
c. een verzegelinrichting, geschikt voor de gevoerde merken controleapparaat;
d. een bandenpomp met bandenluchtdrukmeetapparatuur;
e. door de Dienst Wegverkeer goedgekeurde testapparatuur voor snelheids- en afstandsmetingen alsmede voor de daarop betrekking hebbende registratie;
f. apparatuur voorzien van een loep voor het onderzoeken van registratiebladen;
g. een onderzoeksjablone, waarop de toegestane tolerantiegebieden staan aangegeven;
h. overige, door de fabrikant of importeur van de gevoerde merken controleapparaat voorgeschreven gereedschappen, apparatuur, werkplaatshandboeken en documentatie.
2. De aanvrager beschikt over:
a. een door de Dienst Wegverkeer goedgekeurde rollentestbank of remmentestbank, aangepast ten behoeve van het bepalen van het wegdraaital of het bepalen van de bandenomtrek, dan wel
b. een voor motorrijtuigen geschikte horizontale effen meetbaan van ten minste 20 meter lengte.
3. De apparatuur, genoemd in het eerste lid, onderdelen e, f en g, is niet vereist voor werkplaatsen van fabrikanten of importeurs van motorrijtuigen, mits de inbouw betrekking heeft op motorrijtuigen die voor de eerste maal in gebruik worden genomen.
a. door de Dienst Wegverkeer goedgekeurde wegdraaital-meetapparatuur, geschikt voor zowel mechanische als elektronische controleapparaataandrijving;
b. een door de Dienst Wegverkeer goedgekeurde impulsenteller ten behoeve van het afstellen van elektronisch aanpasbare controleapparaten;
c. een verzegelinrichting, geschikt voor de gevoerde merken controleapparaat;
d. een bandenpomp met bandenluchtdrukmeetapparatuur;
e. door de Dienst Wegverkeer goedgekeurde testapparatuur voor snelheids- en afstandsmetingen alsmede voor de daarop betrekking hebbende registratie;
f. apparatuur voorzien van een loep voor het onderzoeken van registratiebladen;
g. een onderzoeksjablone, waarop de toegestane tolerantiegebieden staan aangegeven;
h. overige, door de fabrikant of importeur van de gevoerde merken controleapparaat voorgeschreven gereedschappen, apparatuur, werkplaatshandboeken en documentatie.
2. De aanvrager beschikt over:
a. een door de Dienst Wegverkeer goedgekeurde rollentestbank of remmentestbank, aangepast ten behoeve van het bepalen van het wegdraaital of het bepalen van de bandenomtrek, dan wel
b. een voor motorrijtuigen geschikte horizontale effen meetbaan van ten minste 20 meter lengte.
3. De apparatuur, genoemd in het eerste lid, onderdelen e, f en g, is niet vereist voor werkplaatsen van fabrikanten of importeurs van motorrijtuigen, mits de inbouw betrekking heeft op motorrijtuigen die voor de eerste maal in gebruik worden genomen.