BWBR0010021
Geldig vanaf 1998-12-01
Artikel 8
Regeling controleapparaten
1. De Dienst Wegverkeer trekt een erkenning geheel of gedeeltelijk in, indien degene aan wie de erkenning is verleend, daarom verzoekt.
2. De Dienst Wegverkeer kan een erkenning geheel of gedeeltelijk intrekken indien degene aan wie de erkenning is verleend:
a. niet meer voldoet aan de erkenningseisen, neergelegd in paragraaf 4;
b. in strijd handelt met de erkenningsvoorschriften, neergelegd in paragraaf 5;
c. in strijd met de voorschriften, neergelegd in paragraaf 6, een inbouw, onderzoek of reparatie verricht;
d. de verplichtingen, neergelegd in paragraaf 7, niet nakomt.
3. De Dienst Wegverkeer kan de aan een erkenning verbonden voorschriften wijzigen indien gewijzigde inzichten dan wel ontwikkelingen in de techniek zulks noodzakelijk maken.
4. De Dienst Wegverkeer kan in de gevallen, bedoeld in het tweede lid, onderdelen a en c, een erkenning schorsen voor een door hem daarbij vast te stellen termijn die ten hoogste drie maanden bedraagt.
2. De Dienst Wegverkeer kan een erkenning geheel of gedeeltelijk intrekken indien degene aan wie de erkenning is verleend:
a. niet meer voldoet aan de erkenningseisen, neergelegd in paragraaf 4;
b. in strijd handelt met de erkenningsvoorschriften, neergelegd in paragraaf 5;
c. in strijd met de voorschriften, neergelegd in paragraaf 6, een inbouw, onderzoek of reparatie verricht;
d. de verplichtingen, neergelegd in paragraaf 7, niet nakomt.
3. De Dienst Wegverkeer kan de aan een erkenning verbonden voorschriften wijzigen indien gewijzigde inzichten dan wel ontwikkelingen in de techniek zulks noodzakelijk maken.
4. De Dienst Wegverkeer kan in de gevallen, bedoeld in het tweede lid, onderdelen a en c, een erkenning schorsen voor een door hem daarbij vast te stellen termijn die ten hoogste drie maanden bedraagt.