BWBR0010021
Geldig vanaf 1998-12-01
Artikel 10
Regeling controleapparaten
De aanvrager van een erkenning als reparateur beschikt over:
a. een door de Dienst Wegverkeer goedgekeurde impulsenteller ten behoeve van het afstellen van elektronisch aanpasbare controleapparaten;
b. door de Dienst Wegverkeer goedgekeurde testapparatuur voor snelheids- en afstandsmetingen alsmede voor de daarop betrekking hebbende registratie;
c. apparatuur voorzien van een loep voor het onderzoeken van registratiebladen;
d. een onderzoeksjablone, waarop de toegestane tolerantiegebieden staan aangegeven;
e. een verzegelinrichting welke geschikt is voor de gevoerde merken controleapparaat;
f. overige, door de fabrikant of importeur van de gevoerde merken controleapparaat voorgeschreven gereedschappen, apparatuur, werkplaatshandboeken en documentatie.
a. een door de Dienst Wegverkeer goedgekeurde impulsenteller ten behoeve van het afstellen van elektronisch aanpasbare controleapparaten;
b. door de Dienst Wegverkeer goedgekeurde testapparatuur voor snelheids- en afstandsmetingen alsmede voor de daarop betrekking hebbende registratie;
c. apparatuur voorzien van een loep voor het onderzoeken van registratiebladen;
d. een onderzoeksjablone, waarop de toegestane tolerantiegebieden staan aangegeven;
e. een verzegelinrichting welke geschikt is voor de gevoerde merken controleapparaat;
f. overige, door de fabrikant of importeur van de gevoerde merken controleapparaat voorgeschreven gereedschappen, apparatuur, werkplaatshandboeken en documentatie.