BWBR0010021
Geldig vanaf 1998-12-01
Artikel 22
Regeling controleapparaten
1. Bij het onderzoek wordt de kenmerkende coëfficiënt, als bedoeld in bijlage I, hoofdstuk I onder d) van Verordening (EEG) nr. 3821/85bepaald door het berekenen van het aantal omwentelingen of impulsen over 1 kilometer en op het installatieplaatje en op de registerkaart aangeduid met W= ... omw/km, of W= ... imp/km.
2. De effectieve omtrek der wielbanden, als bedoeld in bijlage I, hoofdstuk I onder e) van Verordening (EEG) nr. 3821/85, wordt bepaald door het berekenen van de gemiddelde afstand die door de aangedreven wielen bij een volledige omwenteling wordt afgelegd en op het installatieplaatje en op de registerkaart aangeduid met L= ... m.
3. De kenmerkende coëfficiënten en de effectieve omtrek der wielbanden worden vastgesteld op een aangepaste rollentestbank, een aangepaste remmentestbank of een meetbaan.
2. De effectieve omtrek der wielbanden, als bedoeld in bijlage I, hoofdstuk I onder e) van Verordening (EEG) nr. 3821/85, wordt bepaald door het berekenen van de gemiddelde afstand die door de aangedreven wielen bij een volledige omwenteling wordt afgelegd en op het installatieplaatje en op de registerkaart aangeduid met L= ... m.
3. De kenmerkende coëfficiënten en de effectieve omtrek der wielbanden worden vastgesteld op een aangepaste rollentestbank, een aangepaste remmentestbank of een meetbaan.