BWBR0010021
Geldig vanaf 1998-12-01
Artikel 25
Regeling controleapparaten
1. Bij het onderzoek wordt met behulp van een voor het desbetreffende controleapparaat goedgekeurd registratieblad een testregistratie gemaakt met ten minste de registraties van:
a. de snelheid in ten minste drie stappen;
b. de snelheid bij maximum snelheidsbereik;
c. de werktijd, rijtijd en rusttijd;
d. de afgelegde weg;
e. de werking van de schrijfstiftgeleiding.
2. Met behulp van een leesapparaat, voorzien van een loep en een onderzoekssjabloon, wordt beoordeeld of de testregistraties op het testregistratieblad de maximaal toelaatbare fouten, genoemd in hoofdstuk III, onder f) 1 en 2 van bijlage I van verordening (EEG) nr. 3821/85niet overschrijden.
3. Bij het onderzoek worden na inbouw in het motorrijtuig de navolgende waarden met betrekking tot de door het controleapparaat geregistreerde gegevens niet overschreden:
a. afgelegde afstand: 2% meer of minder dan de werkelijke afstand, die ten minste 1 km moet bedragen;
b. snelheid: 4 km/h meer of minder ten opzichte van de werkelijke snelheid.
4. Bij reparatie wordt vastgesteld dat de in het tweede lid genoemde waarden met betrekking tot de door de tachograaf geregistreerde gegevens niet worden overschreden.
a. de snelheid in ten minste drie stappen;
b. de snelheid bij maximum snelheidsbereik;
c. de werktijd, rijtijd en rusttijd;
d. de afgelegde weg;
e. de werking van de schrijfstiftgeleiding.
2. Met behulp van een leesapparaat, voorzien van een loep en een onderzoekssjabloon, wordt beoordeeld of de testregistraties op het testregistratieblad de maximaal toelaatbare fouten, genoemd in hoofdstuk III, onder f) 1 en 2 van bijlage I van verordening (EEG) nr. 3821/85niet overschrijden.
3. Bij het onderzoek worden na inbouw in het motorrijtuig de navolgende waarden met betrekking tot de door het controleapparaat geregistreerde gegevens niet overschreden:
a. afgelegde afstand: 2% meer of minder dan de werkelijke afstand, die ten minste 1 km moet bedragen;
b. snelheid: 4 km/h meer of minder ten opzichte van de werkelijke snelheid.
4. Bij reparatie wordt vastgesteld dat de in het tweede lid genoemde waarden met betrekking tot de door de tachograaf geregistreerde gegevens niet worden overschreden.