BWBR0010021
Geldig vanaf 1998-12-01
Artikel 32
Regeling controleapparaten
1. Nadat is vastgesteld dat alle in artikel 26bedoelde verzegelingen aanwezig zijn, wordt in de bestuurdersruimte op het controleapparaat of op een duidelijk zichtbare en goed waarneembare plaats in de directe nabijheid van het controleapparaat een goed zichtbaar en leesbaar installatieplaatje aangebracht waarop ten minste de volgende gegevens op onuitwisbare wijze zijn aangebracht:
a. de naam, het adres en het verzegelnummer van de installateur,
b. het kenteken van het motorrijtuig, dan wel, indien dit nog niet bekend is, het chassisnummer,
c. de kenmerkende coëfficiënt van het motorrijtuig;
d. de bandenomtrek van het motorrijtuig, en
e. de datum van de inbouw of van het onderzoek.
2. In geval van inbouw of onderzoek van een elektronisch aanpasbaar controleapparaat wordt op of in het controleapparaat een sticker aangebracht, waarop de ingestelde vier- of meercijferige apparaatconstante goed zichtbaar en leesbaar staat vermeld, waarbij de apparaatconstante wordt aangeduid met
k= ......imp/km.
3. De in het tweede lid bedoelde sticker wordt van een verzegeling voorzien dan wel zodanig aangebracht dat deze bij verwijdering onherstelbaar wordt beschadigd.
a. de naam, het adres en het verzegelnummer van de installateur,
b. het kenteken van het motorrijtuig, dan wel, indien dit nog niet bekend is, het chassisnummer,
c. de kenmerkende coëfficiënt van het motorrijtuig;
d. de bandenomtrek van het motorrijtuig, en
e. de datum van de inbouw of van het onderzoek.
2. In geval van inbouw of onderzoek van een elektronisch aanpasbaar controleapparaat wordt op of in het controleapparaat een sticker aangebracht, waarop de ingestelde vier- of meercijferige apparaatconstante goed zichtbaar en leesbaar staat vermeld, waarbij de apparaatconstante wordt aangeduid met
k= ......imp/km.
3. De in het tweede lid bedoelde sticker wordt van een verzegeling voorzien dan wel zodanig aangebracht dat deze bij verwijdering onherstelbaar wordt beschadigd.