BWBR0010021
Geldig vanaf 1998-12-01
Artikel 31
Regeling controleapparaten
1. Na de inbouw of het onderzoek worden door middel van datacommunicatie de volgende gegevens aan de Dienst Wegverkeer gemeld:
a. toegangscodes;
b. indien het motorrijtuig is voorzien van een kenteken: het kenteken en de meldcode, gevormd door de laatste vier cijfers van het chassisnummer;
c. indien het motorrijtuig nog niet is voorzien van een kenteken: het volledige chassisnummer;
d. merk, serienummer en ingestelde apparaatconstante van het controleapparaat.
2. In geval van een mobiele installatie-eenheid wordt in aanvulling op het eerste lid tevens het adres met postcode van de werkplaats waar de inbouw of het onderzoek is verricht, gemeld.
3. De in het eerste lid genoemde meldingsplicht geldt niet voor fabrikanten of importeurs van motorrijtuigen, voorzover het de inbouw betreft in motorrijtuigen die voor de eerste maal in gebruik worden genomen.
4. De door de Dienst Wegverkeer gegeven aanwijzingen met betrekking tot de melding worden in acht genomen.
a. toegangscodes;
b. indien het motorrijtuig is voorzien van een kenteken: het kenteken en de meldcode, gevormd door de laatste vier cijfers van het chassisnummer;
c. indien het motorrijtuig nog niet is voorzien van een kenteken: het volledige chassisnummer;
d. merk, serienummer en ingestelde apparaatconstante van het controleapparaat.
2. In geval van een mobiele installatie-eenheid wordt in aanvulling op het eerste lid tevens het adres met postcode van de werkplaats waar de inbouw of het onderzoek is verricht, gemeld.
3. De in het eerste lid genoemde meldingsplicht geldt niet voor fabrikanten of importeurs van motorrijtuigen, voorzover het de inbouw betreft in motorrijtuigen die voor de eerste maal in gebruik worden genomen.
4. De door de Dienst Wegverkeer gegeven aanwijzingen met betrekking tot de melding worden in acht genomen.