BWBR0009939
Geldig vanaf 1998-10-29
Artikel 9
Regeling eenmalige subsidies niet-winstbeogende instellingen
1. Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 2wordt uiterlijk op 1 maart 1999 bij de minister ingediend, met gebruikmaking van een door de minister vastgesteld formulier.
2. Indien de in artikel 3, tweede lid, bedoelde som waarop de aanvraag betrekking heeft, een bedrag van f 50.000,- of meer bedraagt, is de aanvraag voorzien van een schriftelijke verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek dat de woningen of woongebouwen, waarop de aanvraag betrekking heeft, op 1 januari 1998 voor de verhuur beschikbaar waren.
3. Indien de aanvraag wordt ingediend door een instelling ten gunste waarvan een gemeente op 1 januari 1998 nog rechten ontleende aan een beschikking krachtens de Regeling geldelijke steun huurwoningen normkostensysteem 1988, gaat de aanvraag tevens vergezeld van een schriftelijke verklaring van die gemeente dat deze onder de voorwaarde dat op de aanvraag een beschikking tot subsidievaststelling wordt gegeven:
a. afstand doet van haar rechten jegens het Rijk op geldelijke steun voorzover ten gunste van die instelling aan de gemeente krachtens de in de aanhef genoemde regeling geldelijke steun is verleend, onderscheidenlijk de gemeente krachtens die regeling aanspraak heeft op geldelijke steun, over het tijdvak vanaf 1 januari 1998;
b. geen aanspraak meer maakt op rechten jegens het Rijk als gevolg van herziening van beschikkingen op grond van de in de aanhef genoemde regeling, en
c. in voorkomende gevallen binnen vier weken na de datum van subsidievaststelling de door haar ingediende bezwaren en beroepen tegen besluiten op grond van de in de aanhef genoemde regeling intrekt.
2. Indien de in artikel 3, tweede lid, bedoelde som waarop de aanvraag betrekking heeft, een bedrag van f 50.000,- of meer bedraagt, is de aanvraag voorzien van een schriftelijke verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek dat de woningen of woongebouwen, waarop de aanvraag betrekking heeft, op 1 januari 1998 voor de verhuur beschikbaar waren.
3. Indien de aanvraag wordt ingediend door een instelling ten gunste waarvan een gemeente op 1 januari 1998 nog rechten ontleende aan een beschikking krachtens de Regeling geldelijke steun huurwoningen normkostensysteem 1988, gaat de aanvraag tevens vergezeld van een schriftelijke verklaring van die gemeente dat deze onder de voorwaarde dat op de aanvraag een beschikking tot subsidievaststelling wordt gegeven:
a. afstand doet van haar rechten jegens het Rijk op geldelijke steun voorzover ten gunste van die instelling aan de gemeente krachtens de in de aanhef genoemde regeling geldelijke steun is verleend, onderscheidenlijk de gemeente krachtens die regeling aanspraak heeft op geldelijke steun, over het tijdvak vanaf 1 januari 1998;
b. geen aanspraak meer maakt op rechten jegens het Rijk als gevolg van herziening van beschikkingen op grond van de in de aanhef genoemde regeling, en
c. in voorkomende gevallen binnen vier weken na de datum van subsidievaststelling de door haar ingediende bezwaren en beroepen tegen besluiten op grond van de in de aanhef genoemde regeling intrekt.