BWBR0009939
Geldig vanaf 1998-10-29
Artikel 19
Regeling eenmalige subsidies niet-winstbeogende instellingen
1. De minister kan op aanvraag van een instelling als bedoeld in het tweede lid een eenmalige subsidie vaststellen ter sanering van de exploitatie van een verzorgingshuis.
2. Voor subsidie komt in aanmerking een instelling:
a. die op 1 januari 1997 nog rechten ontleende aan een beschikking krachtens een DKP-regeling of ten gunste waarvan een gemeente op 1 januari 1997 nog rechten ontleende aan een beschikking krachtens de Regeling geldelijke steun huurwoningen normkostensysteem 1988, voorzover die rechten: 1° betrekking hebben op een verzorgingshuis;
2° niet op of na die datum aan een andere instelling zijn overgedragen, en
3° niet voortvloeien uit een beschikking die overeenkomstig artikel 2 van de Wet balansverkorting geldelijke steun volkshuisvesting in aanmerking dient te worden genomen voor de vaststelling van de in dat artikel bedoelde som;
1° betrekking hebben op een verzorgingshuis;
2° niet op of na die datum aan een andere instelling zijn overgedragen, en
3° niet voortvloeien uit een beschikking die overeenkomstig artikel 2 van de Wet balansverkorting geldelijke steun volkshuisvesting in aanmerking dient te worden genomen voor de vaststelling van de in dat artikel bedoelde som;
b. waaraan van overheidswege een garantie is verstrekt voor een door haar aangetrokken kapitaalmarktlening ten behoeve van de bouw of de verbetering van een verzorgingshuis mits die garantie op 1 januari 1998 nog geldt, en
c. die geen toegelaten instelling is als bedoeld in artikel 70 van de Woningwet.
3. Voor subsidie komt tevens in aanmerking een instelling:
a. waaraan op of na 1 januari 1997 de op een verzorgingshuis betrekking hebbende rechten, verbonden aan een beschikking krachtens een DKP-regeling, als bedoeld in het tweede lid, onder a, of de op een verzorgingshuis betrekking hebbende rechten, verbonden aan een beschikking van een gemeente, die voortvloeit uit een beschikking krachtens de Regeling geldelijke steun huurwoningen normkosten systeem 1998, als bedoeld in het tweede lid, onder a, zijn overgedragen, voorzover die rechten niet voortvloeien uit een beschikking die overeenkomstig artikel 2 van de Wet balansverkorting geldelijke steun volkshuisvesting in aanmerking dient te worden genomen voor de vaststelling van de in dat artikel bedoelde som;
b. waaraan van overheidswege een garantie als bedoeld in het tweede lid, onder b, is verstrekt dan wel de rechten en verplichtingen, verbonden aan een garantie als bedoeld in het tweede lid, onder b, zijn overgedragen, mits die garantie op 1 januari 1998 nog geldt, en
c. die geen toegelaten instelling is als bedoeld in artikel 70 van de Woningwet.
4. De artikelen 14, 17, eerste en derde tot en met zevende lid, en 18 zijn van overeenkomstige toepassing.
2. Voor subsidie komt in aanmerking een instelling:
a. die op 1 januari 1997 nog rechten ontleende aan een beschikking krachtens een DKP-regeling of ten gunste waarvan een gemeente op 1 januari 1997 nog rechten ontleende aan een beschikking krachtens de Regeling geldelijke steun huurwoningen normkostensysteem 1988, voorzover die rechten: 1° betrekking hebben op een verzorgingshuis;
2° niet op of na die datum aan een andere instelling zijn overgedragen, en
3° niet voortvloeien uit een beschikking die overeenkomstig artikel 2 van de Wet balansverkorting geldelijke steun volkshuisvesting in aanmerking dient te worden genomen voor de vaststelling van de in dat artikel bedoelde som;
1° betrekking hebben op een verzorgingshuis;
2° niet op of na die datum aan een andere instelling zijn overgedragen, en
3° niet voortvloeien uit een beschikking die overeenkomstig artikel 2 van de Wet balansverkorting geldelijke steun volkshuisvesting in aanmerking dient te worden genomen voor de vaststelling van de in dat artikel bedoelde som;
b. waaraan van overheidswege een garantie is verstrekt voor een door haar aangetrokken kapitaalmarktlening ten behoeve van de bouw of de verbetering van een verzorgingshuis mits die garantie op 1 januari 1998 nog geldt, en
c. die geen toegelaten instelling is als bedoeld in artikel 70 van de Woningwet.
3. Voor subsidie komt tevens in aanmerking een instelling:
a. waaraan op of na 1 januari 1997 de op een verzorgingshuis betrekking hebbende rechten, verbonden aan een beschikking krachtens een DKP-regeling, als bedoeld in het tweede lid, onder a, of de op een verzorgingshuis betrekking hebbende rechten, verbonden aan een beschikking van een gemeente, die voortvloeit uit een beschikking krachtens de Regeling geldelijke steun huurwoningen normkosten systeem 1998, als bedoeld in het tweede lid, onder a, zijn overgedragen, voorzover die rechten niet voortvloeien uit een beschikking die overeenkomstig artikel 2 van de Wet balansverkorting geldelijke steun volkshuisvesting in aanmerking dient te worden genomen voor de vaststelling van de in dat artikel bedoelde som;
b. waaraan van overheidswege een garantie als bedoeld in het tweede lid, onder b, is verstrekt dan wel de rechten en verplichtingen, verbonden aan een garantie als bedoeld in het tweede lid, onder b, zijn overgedragen, mits die garantie op 1 januari 1998 nog geldt, en
c. die geen toegelaten instelling is als bedoeld in artikel 70 van de Woningwet.
4. De artikelen 14, 17, eerste en derde tot en met zevende lid, en 18 zijn van overeenkomstige toepassing.