BWBR0009939
Geldig vanaf 1998-10-29
Artikel 17
Regeling eenmalige subsidies niet-winstbeogende instellingen
1. Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 12wordt uiterlijk op 1 oktober 2002 bij de minister ingediend.
2. Een aanvraag wordt ingediend door de instelling waarvan de goederen in eigendom zullen worden verkregen en de instelling die de goederen in eigendom zal verkrijgen gezamenlijk.
3. De aanvraag bevat in ieder geval het gevraagde subsidiebedrag en gaat vergezeld van:
a. een door of in opdracht van de instelling waarvan de goederen in eigendom zullen worden verkregen overeenkomstig een door de minister vastgesteld model opgestelde bedrijfsanalyse, en
b. een op basis van die bedrijfsanalyse door of in opdracht van die instelling opgesteld saneringsplan.
4. De bedrijfsanalyse, bedoeld in het derde lid, onder a, bevat ten minste een berekening volgens een door de minister vastgestelde methode van de bedrijfswaarde van alle goederen die in eigendom zijn van de in dat lid bedoelde instelling en is voorzien van een mededeling van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, inhoudende dat van onjuistheden niet is gebleken.
5. Het saneringsplan, bedoeld in het derde lid, onder b, bevat ten minste een verantwoording van de naar aanleiding van de bedrijfsanalyse door de in dat lid bedoelde instelling gemaakte keuzes, alsmede een verslag van het terzake met het bestuur van de gemeente waarin de desbetreffende goederen zijn gelegen en andere betrokkenen gevoerde overleg.
6. Indien de instelling waarvan de goederen in eigendom zullen worden verkregen, op de datum van indiening van de subsidie-aanvraag nog rechten ontleent aan een beschikking krachtens een DKP-regeling, gaat de aanvraag tevens vergezeld van een schriftelijke verklaring van die instelling dat deze onder de voorwaarde dat op de aanvraag een beschikking tot subsidievaststelling wordt gegeven:
a. afstand doet van haar rechten jegens het Rijk op geldelijke steun voorzover aan die instelling krachtens een DKP-regeling geldelijke steun is verleend, onderscheidenlijk die instelling krachtens een DKP-regeling aanspraak heeft op geldelijke steun, over het tijdvak vanaf 1 januari 1998;
b. geen aanspraak meer maakt op rechten jegens het Rijk als gevolg van herziening van beschikkingen op grond van een DKP-regeling, en
c. in voorkomende gevallen binnen vier weken na de datum van subsidievaststelling de door haar ingediende bezwaren en beroepen tegen besluiten op grond van een DKP-regeling intrekt.
7. Indien een gemeente ten gunste van de instelling waarvan de goederen in eigendom zullen worden verkregen, op de datum van indiening van de subsidie-aanvraag nog rechten ontleent aan een beschikking krachtens de Regeling geldelijke steun huurwoningen normkostensysteem 1988, gaat de aanvraag tevens vergezeld van een schriftelijke verklaring van die gemeente, als bedoeld in artikel 9, derde lid.
2. Een aanvraag wordt ingediend door de instelling waarvan de goederen in eigendom zullen worden verkregen en de instelling die de goederen in eigendom zal verkrijgen gezamenlijk.
3. De aanvraag bevat in ieder geval het gevraagde subsidiebedrag en gaat vergezeld van:
a. een door of in opdracht van de instelling waarvan de goederen in eigendom zullen worden verkregen overeenkomstig een door de minister vastgesteld model opgestelde bedrijfsanalyse, en
b. een op basis van die bedrijfsanalyse door of in opdracht van die instelling opgesteld saneringsplan.
4. De bedrijfsanalyse, bedoeld in het derde lid, onder a, bevat ten minste een berekening volgens een door de minister vastgestelde methode van de bedrijfswaarde van alle goederen die in eigendom zijn van de in dat lid bedoelde instelling en is voorzien van een mededeling van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, inhoudende dat van onjuistheden niet is gebleken.
5. Het saneringsplan, bedoeld in het derde lid, onder b, bevat ten minste een verantwoording van de naar aanleiding van de bedrijfsanalyse door de in dat lid bedoelde instelling gemaakte keuzes, alsmede een verslag van het terzake met het bestuur van de gemeente waarin de desbetreffende goederen zijn gelegen en andere betrokkenen gevoerde overleg.
6. Indien de instelling waarvan de goederen in eigendom zullen worden verkregen, op de datum van indiening van de subsidie-aanvraag nog rechten ontleent aan een beschikking krachtens een DKP-regeling, gaat de aanvraag tevens vergezeld van een schriftelijke verklaring van die instelling dat deze onder de voorwaarde dat op de aanvraag een beschikking tot subsidievaststelling wordt gegeven:
a. afstand doet van haar rechten jegens het Rijk op geldelijke steun voorzover aan die instelling krachtens een DKP-regeling geldelijke steun is verleend, onderscheidenlijk die instelling krachtens een DKP-regeling aanspraak heeft op geldelijke steun, over het tijdvak vanaf 1 januari 1998;
b. geen aanspraak meer maakt op rechten jegens het Rijk als gevolg van herziening van beschikkingen op grond van een DKP-regeling, en
c. in voorkomende gevallen binnen vier weken na de datum van subsidievaststelling de door haar ingediende bezwaren en beroepen tegen besluiten op grond van een DKP-regeling intrekt.
7. Indien een gemeente ten gunste van de instelling waarvan de goederen in eigendom zullen worden verkregen, op de datum van indiening van de subsidie-aanvraag nog rechten ontleent aan een beschikking krachtens de Regeling geldelijke steun huurwoningen normkostensysteem 1988, gaat de aanvraag tevens vergezeld van een schriftelijke verklaring van die gemeente, als bedoeld in artikel 9, derde lid.