BWBR0009939
Geldig vanaf 1998-10-29
Artikel 8
Regeling eenmalige subsidies niet-winstbeogende instellingen
1. Indien de minister terzake van woningen of woongebouwen, waarop de aanvraag voor subsidie betrekking heeft, een beschikking heeft gegeven als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Beschikking deelneming van het Rijk in garanties van de gemeente voor de bouw van woningen en woongebouwen door toegelaten instellingenen andere rechtspersonen, die geen winst beogen, wordt subsidie slechts vastgesteld indien:
a. het Rijk op een naar het oordeel van de minister aanvaardbare wijze wordt gevrijwaard voor eventuele aanspraken van de betrokken gemeente, gebaseerd op de in de aanhef genoemde regeling;
b. de betrokken gemeente uitdrukkelijk afstand doet van de rechten die voor haar voortvloeien uit een beschikking als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de in de aanhef genoemde regeling, of
c. er gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de betrokken gemeente geen aanspraak meer kan maken op de rechten, bedoeld onder b.
2. Subsidie wordt geweigerd indien de instelling naar het oordeel van de minister in organisatorisch of financieel opzicht onvoldoende waarborgen biedt voor de verwezenlijking van haar doelstellingen.
a. het Rijk op een naar het oordeel van de minister aanvaardbare wijze wordt gevrijwaard voor eventuele aanspraken van de betrokken gemeente, gebaseerd op de in de aanhef genoemde regeling;
b. de betrokken gemeente uitdrukkelijk afstand doet van de rechten die voor haar voortvloeien uit een beschikking als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de in de aanhef genoemde regeling, of
c. er gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de betrokken gemeente geen aanspraak meer kan maken op de rechten, bedoeld onder b.
2. Subsidie wordt geweigerd indien de instelling naar het oordeel van de minister in organisatorisch of financieel opzicht onvoldoende waarborgen biedt voor de verwezenlijking van haar doelstellingen.