BWBR0009794
Geldig vanaf 1998-08-01
Artikel 10
Landbouwkwaliteitsregeling kaas
1. Room en al dan niet geheel of gedeeltelijk ontroomde melk die geen of slechts een niet-pasteuriserende warmtebehandeling hebben ondergaan en die worden gebezigd of bestemd zijn te worden gebezigd voor de bereiding van kaas, voldoen aan de volgende eisen:
a. de fosfatase-activiteit heeft een voor de grondstof normale waarde;
b. de zuurtegraad, in geval van room berekend op het vetvrije product, bedraagt ten hoogste 20 mmol NaOH per liter, tenzij het gehalte aan lactaten ten hoogste 200 mg per 100 g vetvrije droge stof bedraagt.
2. Room en al dan niet geheel of gedeeltelijk ontroomde melk die een pasteuriserende warmtebehandeling hebben ondergaan en die worden gebezigd of bestemd zijn te worden gebezigd voor de bereiding van kaas, voldoen aan de volgende eisen:
a. fosfatase-activiteit is niet aantoonbaar, tenzij peroxidase-activiteit niet aantoonbaar is;
b. de zuurtegraad, in geval van room berekend op het vetvrije product, bedraagt ten hoogste 20 mmol NaOH per liter, tenzij het gehalte aan lactaten ten hoogste 200 mg per 100 g vetvrije droge stof bedraagt;
c. coli-achtige micro-organismen zijn in 0,1 ml niet aantoonbaar.
3. Magere melkpoeder die wordt gebezigd of bestemd is te worden gebezigd voor de bereiding van kaas, voldoet aan de volgende eisen:
a. het is bereid uit melk of uit melk verkregen room dan wel geheel of gedeeltelijk ontroomde melk;
b. het vetgehalte bedraagt ten hoogste 1,5%;
c. het vochtgehalte bedraagt ten hoogste 5,0%;
d. vreemd sediment en verbrande deeltjes zijn slechts in sporen aanwezig;
e. het onoplosbaarheidscijfer is kleiner dan 0,7;
f. de zuurtegraad, in geval van room berekend op het vetvrije product, bedraagt ten hoogste 20 mmol NaOH per liter, tenzij het gehalte aan lactaten ten hoogste 200 mg per 100 g vetvrije droge stof bedraagt;
g. coli-achtige micro-organismen zijn in 0,1 g niet aantoonbaar;
h. Staphylococcus aureus is in 0,1 g niet aantoonbaar;
i. het aantal Bacillus cereus-sporen bedraagt ten hoogste 100 per g;
j. het aantal aeroob kweekbare micro-organismen bedraagt maximaal 250.000 per g.
4. Magere melkpoeder die wordt gebezigd of bestemd is te worden gebezigd voor de bereiding van kaas is verpakt in een verpakking, die is voorzien van de aanduiding ’Low-heat magere melkpoeder bestemd voor de kaasbereiding’.
5. De in het eerste lid genoemde grondstoffen, alsmede de door reconstitutie verkregen magere melk als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel c, moeten onmiddellijk voor verwerking tot kaas op zodanige wijze worden gepasteuriseerd dat het gehalte aan ongedenatureerde wei-eiwitten niet of slechts in geringe mate afwijkt van dat van ongepasteuriseerde grondstof van overigens gelijke aard en hoedanigheid.
a. de fosfatase-activiteit heeft een voor de grondstof normale waarde;
b. de zuurtegraad, in geval van room berekend op het vetvrije product, bedraagt ten hoogste 20 mmol NaOH per liter, tenzij het gehalte aan lactaten ten hoogste 200 mg per 100 g vetvrije droge stof bedraagt.
2. Room en al dan niet geheel of gedeeltelijk ontroomde melk die een pasteuriserende warmtebehandeling hebben ondergaan en die worden gebezigd of bestemd zijn te worden gebezigd voor de bereiding van kaas, voldoen aan de volgende eisen:
a. fosfatase-activiteit is niet aantoonbaar, tenzij peroxidase-activiteit niet aantoonbaar is;
b. de zuurtegraad, in geval van room berekend op het vetvrije product, bedraagt ten hoogste 20 mmol NaOH per liter, tenzij het gehalte aan lactaten ten hoogste 200 mg per 100 g vetvrije droge stof bedraagt;
c. coli-achtige micro-organismen zijn in 0,1 ml niet aantoonbaar.
3. Magere melkpoeder die wordt gebezigd of bestemd is te worden gebezigd voor de bereiding van kaas, voldoet aan de volgende eisen:
a. het is bereid uit melk of uit melk verkregen room dan wel geheel of gedeeltelijk ontroomde melk;
b. het vetgehalte bedraagt ten hoogste 1,5%;
c. het vochtgehalte bedraagt ten hoogste 5,0%;
d. vreemd sediment en verbrande deeltjes zijn slechts in sporen aanwezig;
e. het onoplosbaarheidscijfer is kleiner dan 0,7;
f. de zuurtegraad, in geval van room berekend op het vetvrije product, bedraagt ten hoogste 20 mmol NaOH per liter, tenzij het gehalte aan lactaten ten hoogste 200 mg per 100 g vetvrije droge stof bedraagt;
g. coli-achtige micro-organismen zijn in 0,1 g niet aantoonbaar;
h. Staphylococcus aureus is in 0,1 g niet aantoonbaar;
i. het aantal Bacillus cereus-sporen bedraagt ten hoogste 100 per g;
j. het aantal aeroob kweekbare micro-organismen bedraagt maximaal 250.000 per g.
4. Magere melkpoeder die wordt gebezigd of bestemd is te worden gebezigd voor de bereiding van kaas is verpakt in een verpakking, die is voorzien van de aanduiding ’Low-heat magere melkpoeder bestemd voor de kaasbereiding’.
5. De in het eerste lid genoemde grondstoffen, alsmede de door reconstitutie verkregen magere melk als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel c, moeten onmiddellijk voor verwerking tot kaas op zodanige wijze worden gepasteuriseerd dat het gehalte aan ongedenatureerde wei-eiwitten niet of slechts in geringe mate afwijkt van dat van ongepasteuriseerde grondstof van overigens gelijke aard en hoedanigheid.