BWBR0007963
Geldig vanaf 1996-06-05
Artikel 3.4
Besluit concessies koolwaterstoffen Nederlands territoir 1996
1. In de overeenkomst, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, worden voorts onder meer bepalingen opgenomen, welke:
a. de maatschap ertoe verplichten: 1°. de uitgaven van de concessiehouder, die door de maatschap zijn goedgekeurd of in overeenstemming zijn met een door deze goedgekeurd jaarlijks investerings- en financieringsplan, te financieren;
2°. niet te beletten dat besluiten van de concessiehouder gebaseerd worden op normale commerciële overwegingen;
3°. de besluitvorming te baseren op transparante, objectieve en niet-discriminerende beginselen;
1°. de uitgaven van de concessiehouder, die door de maatschap zijn goedgekeurd of in overeenstemming zijn met een door deze goedgekeurd jaarlijks investerings- en financieringsplan, te financieren;
2°. niet te beletten dat besluiten van de concessiehouder gebaseerd worden op normale commerciële overwegingen;
3°. de besluitvorming te baseren op transparante, objectieve en niet-discriminerende beginselen;
b. de concessiehouder ertoe verplichten: 1°. aan de andere vennoot in de maatschap over te dragen een aandeel gelijk aan 40% in de eigendom van de werken, welke vóór de totstandkoming van de overeenkomst tot stand zijn gekomen binnen het concessiegebied;
2°. de voor hem uit de concessie voortvloeiende rechten uit te oefenen ten behoeve van de maatschap en overeenkomstig de besluiten van de maatschap;
3°. het door hem aangaan, wijzigen of beëindigen van duurzame samenwerking met derden, ter zake van mijnbouwkundige onderzoekingen en ontginning te onderwerpen aan goedkeuring door de maatschap;
4°. aan de maatschap ten goede te doen komen zijn kennis en ervaring op het gebied van mijnbouwkundige onderzoekingen naar en ontginning van koolwaterstoffen, de afzet en het transport van koolwaterstoffen, in verband met het gebied waarvoor de concessie geldt;
5°. de andere vennoot in de maatschap tijdig in te lichten en in staat te stellen om een belang tot een percentage van 40% te nemen in te treffen regelingen die verband houden met de afzet van de gewonnen delfstoffen zoals het transport, de opslag en behandeling daarvan;
1°. aan de andere vennoot in de maatschap over te dragen een aandeel gelijk aan 40% in de eigendom van de werken, welke vóór de totstandkoming van de overeenkomst tot stand zijn gekomen binnen het concessiegebied;
2°. de voor hem uit de concessie voortvloeiende rechten uit te oefenen ten behoeve van de maatschap en overeenkomstig de besluiten van de maatschap;
3°. het door hem aangaan, wijzigen of beëindigen van duurzame samenwerking met derden, ter zake van mijnbouwkundige onderzoekingen en ontginning te onderwerpen aan goedkeuring door de maatschap;
4°. aan de maatschap ten goede te doen komen zijn kennis en ervaring op het gebied van mijnbouwkundige onderzoekingen naar en ontginning van koolwaterstoffen, de afzet en het transport van koolwaterstoffen, in verband met het gebied waarvoor de concessie geldt;
5°. de andere vennoot in de maatschap tijdig in te lichten en in staat te stellen om een belang tot een percentage van 40% te nemen in te treffen regelingen die verband houden met de afzet van de gewonnen delfstoffen zoals het transport, de opslag en behandeling daarvan;
c. de vennoten in de maatschap ertoe verplichten: 1°. middelen, bestemd tot het doen van de uitgaven, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 1°, aan de maatschap te verstrekken in verhouding tot ieders belang in de maatschap;
2°. ten behoeve van de afzet regelmatig overleg te plegen.
1°. middelen, bestemd tot het doen van de uitgaven, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 1°, aan de maatschap te verstrekken in verhouding tot ieders belang in de maatschap;
2°. ten behoeve van de afzet regelmatig overleg te plegen.
d. ertoe strekken dat: 1°. de werken en delfstoffen, die door het doen van de in het eerste lid, onderdeel a, onder 1°, bedoelde investeringen zijn tot stand gekomen en de uit de voorkomens gewonnen en beschikbare hoeveelheden delfstoffen, voor 60% toebehoren aan de concessiehouder en voor 40% aan de andere vennoot in de maatschap;
2°. ieder der vennoten in de maatschap gerechtigd is zijn aandeel in de gewonnen en beschikbare hoeveelheden delfstoffen in natura op te nemen, met dien verstande dat de vennoten zich jegens elkaar verplichten ernaar te zullen streven zoveel mogelijk samen te werken bij de verkoop van de gewonnen en beschikbare hoeveelheden delfstoffen uit de voorkomens;
3°. de werkelijke leiding van de maatschap en de werkelijke leiding van het bedrijf of de bedrijven binnen Nederland wordt uitgeoefend;
4°. op de overeenkomst Nederlands recht van toepassing is.
1°. de werken en delfstoffen, die door het doen van de in het eerste lid, onderdeel a, onder 1°, bedoelde investeringen zijn tot stand gekomen en de uit de voorkomens gewonnen en beschikbare hoeveelheden delfstoffen, voor 60% toebehoren aan de concessiehouder en voor 40% aan de andere vennoot in de maatschap;
2°. ieder der vennoten in de maatschap gerechtigd is zijn aandeel in de gewonnen en beschikbare hoeveelheden delfstoffen in natura op te nemen, met dien verstande dat de vennoten zich jegens elkaar verplichten ernaar te zullen streven zoveel mogelijk samen te werken bij de verkoop van de gewonnen en beschikbare hoeveelheden delfstoffen uit de voorkomens;
3°. de werkelijke leiding van de maatschap en de werkelijke leiding van het bedrijf of de bedrijven binnen Nederland wordt uitgeoefend;
4°. op de overeenkomst Nederlands recht van toepassing is.
2. Onverminderd het bepaalde in artikel 3.7worden in de overeenkomst, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, voorts onder meer bepalingen opgenomen, welke ertoe strekken dat de ingevolge artikel 3.2, eerste lid, aangewezen vennootschap geen informatie bezit over of betrokken is bij besluiten inhoudende bij wie opdrachten worden geplaatst voor leveringen, voor de uitvoering van werken en voor het verrichten van diensten.
a. de maatschap ertoe verplichten: 1°. de uitgaven van de concessiehouder, die door de maatschap zijn goedgekeurd of in overeenstemming zijn met een door deze goedgekeurd jaarlijks investerings- en financieringsplan, te financieren;
2°. niet te beletten dat besluiten van de concessiehouder gebaseerd worden op normale commerciële overwegingen;
3°. de besluitvorming te baseren op transparante, objectieve en niet-discriminerende beginselen;
1°. de uitgaven van de concessiehouder, die door de maatschap zijn goedgekeurd of in overeenstemming zijn met een door deze goedgekeurd jaarlijks investerings- en financieringsplan, te financieren;
2°. niet te beletten dat besluiten van de concessiehouder gebaseerd worden op normale commerciële overwegingen;
3°. de besluitvorming te baseren op transparante, objectieve en niet-discriminerende beginselen;
b. de concessiehouder ertoe verplichten: 1°. aan de andere vennoot in de maatschap over te dragen een aandeel gelijk aan 40% in de eigendom van de werken, welke vóór de totstandkoming van de overeenkomst tot stand zijn gekomen binnen het concessiegebied;
2°. de voor hem uit de concessie voortvloeiende rechten uit te oefenen ten behoeve van de maatschap en overeenkomstig de besluiten van de maatschap;
3°. het door hem aangaan, wijzigen of beëindigen van duurzame samenwerking met derden, ter zake van mijnbouwkundige onderzoekingen en ontginning te onderwerpen aan goedkeuring door de maatschap;
4°. aan de maatschap ten goede te doen komen zijn kennis en ervaring op het gebied van mijnbouwkundige onderzoekingen naar en ontginning van koolwaterstoffen, de afzet en het transport van koolwaterstoffen, in verband met het gebied waarvoor de concessie geldt;
5°. de andere vennoot in de maatschap tijdig in te lichten en in staat te stellen om een belang tot een percentage van 40% te nemen in te treffen regelingen die verband houden met de afzet van de gewonnen delfstoffen zoals het transport, de opslag en behandeling daarvan;
1°. aan de andere vennoot in de maatschap over te dragen een aandeel gelijk aan 40% in de eigendom van de werken, welke vóór de totstandkoming van de overeenkomst tot stand zijn gekomen binnen het concessiegebied;
2°. de voor hem uit de concessie voortvloeiende rechten uit te oefenen ten behoeve van de maatschap en overeenkomstig de besluiten van de maatschap;
3°. het door hem aangaan, wijzigen of beëindigen van duurzame samenwerking met derden, ter zake van mijnbouwkundige onderzoekingen en ontginning te onderwerpen aan goedkeuring door de maatschap;
4°. aan de maatschap ten goede te doen komen zijn kennis en ervaring op het gebied van mijnbouwkundige onderzoekingen naar en ontginning van koolwaterstoffen, de afzet en het transport van koolwaterstoffen, in verband met het gebied waarvoor de concessie geldt;
5°. de andere vennoot in de maatschap tijdig in te lichten en in staat te stellen om een belang tot een percentage van 40% te nemen in te treffen regelingen die verband houden met de afzet van de gewonnen delfstoffen zoals het transport, de opslag en behandeling daarvan;
c. de vennoten in de maatschap ertoe verplichten: 1°. middelen, bestemd tot het doen van de uitgaven, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 1°, aan de maatschap te verstrekken in verhouding tot ieders belang in de maatschap;
2°. ten behoeve van de afzet regelmatig overleg te plegen.
1°. middelen, bestemd tot het doen van de uitgaven, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 1°, aan de maatschap te verstrekken in verhouding tot ieders belang in de maatschap;
2°. ten behoeve van de afzet regelmatig overleg te plegen.
d. ertoe strekken dat: 1°. de werken en delfstoffen, die door het doen van de in het eerste lid, onderdeel a, onder 1°, bedoelde investeringen zijn tot stand gekomen en de uit de voorkomens gewonnen en beschikbare hoeveelheden delfstoffen, voor 60% toebehoren aan de concessiehouder en voor 40% aan de andere vennoot in de maatschap;
2°. ieder der vennoten in de maatschap gerechtigd is zijn aandeel in de gewonnen en beschikbare hoeveelheden delfstoffen in natura op te nemen, met dien verstande dat de vennoten zich jegens elkaar verplichten ernaar te zullen streven zoveel mogelijk samen te werken bij de verkoop van de gewonnen en beschikbare hoeveelheden delfstoffen uit de voorkomens;
3°. de werkelijke leiding van de maatschap en de werkelijke leiding van het bedrijf of de bedrijven binnen Nederland wordt uitgeoefend;
4°. op de overeenkomst Nederlands recht van toepassing is.
1°. de werken en delfstoffen, die door het doen van de in het eerste lid, onderdeel a, onder 1°, bedoelde investeringen zijn tot stand gekomen en de uit de voorkomens gewonnen en beschikbare hoeveelheden delfstoffen, voor 60% toebehoren aan de concessiehouder en voor 40% aan de andere vennoot in de maatschap;
2°. ieder der vennoten in de maatschap gerechtigd is zijn aandeel in de gewonnen en beschikbare hoeveelheden delfstoffen in natura op te nemen, met dien verstande dat de vennoten zich jegens elkaar verplichten ernaar te zullen streven zoveel mogelijk samen te werken bij de verkoop van de gewonnen en beschikbare hoeveelheden delfstoffen uit de voorkomens;
3°. de werkelijke leiding van de maatschap en de werkelijke leiding van het bedrijf of de bedrijven binnen Nederland wordt uitgeoefend;
4°. op de overeenkomst Nederlands recht van toepassing is.
2. Onverminderd het bepaalde in artikel 3.7worden in de overeenkomst, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, voorts onder meer bepalingen opgenomen, welke ertoe strekken dat de ingevolge artikel 3.2, eerste lid, aangewezen vennootschap geen informatie bezit over of betrokken is bij besluiten inhoudende bij wie opdrachten worden geplaatst voor leveringen, voor de uitvoering van werken en voor het verrichten van diensten.