BWBR0007963
Geldig vanaf 1996-06-05
Artikel 2.3
Besluit concessies koolwaterstoffen Nederlands territoir 1996
1. De concessiehouder is jaarlijks aan de staat een bedrag als bedoeld in artikel 8a, onder a, van de wet (cijns) verschuldigd, bestaande uit een percentage van de totale waarde van alle in het voorafgaande kalenderjaar in het concessiegebied ontgonnen en beschikbaar gekomen aardolie, waaronder niet begrepen de hoeveelheden van die olie, welke door de concessiehouder ten behoeve van de ontginning in eigen bedrijf zijn verbruikt.
2. Het in het eerste lid bedoelde percentage wordt vastgesteld op de grondslag van de volgende schaal:
[tabel]
3. Indien in een kalenderjaar het gewogen gemiddelde van de waarde van in Nederland ingevoerde ruwe olie zoals weergegeven door het Internationaal Energie Agentschap in zijn publikatie «Energy prices and taxes» over het betrokken jaar lager is dan US $ 23 per vat, geldt, in afwijking in zoverre van het tweede lid, bij een jaarlijkse afvoer van niet meer dan 800 000 m 3als cijnspercentage: 0.
4. Voor de toepassing van dit artikel en de artikelen 2.4, 2.5, 2.9, 2.10en 2.11wordt onder aardolie tevens begrepen condensaat.
2. Het in het eerste lid bedoelde percentage wordt vastgesteld op de grondslag van de volgende schaal:
[tabel]
3. Indien in een kalenderjaar het gewogen gemiddelde van de waarde van in Nederland ingevoerde ruwe olie zoals weergegeven door het Internationaal Energie Agentschap in zijn publikatie «Energy prices and taxes» over het betrokken jaar lager is dan US $ 23 per vat, geldt, in afwijking in zoverre van het tweede lid, bij een jaarlijkse afvoer van niet meer dan 800 000 m 3als cijnspercentage: 0.
4. Voor de toepassing van dit artikel en de artikelen 2.4, 2.5, 2.9, 2.10en 2.11wordt onder aardolie tevens begrepen condensaat.