BWBR0007963
Geldig vanaf 1996-06-05
Artikel 2.24
Besluit concessies koolwaterstoffen Nederlands territoir 1996
1. De concessiehouder keert voor elk terrein, alwaar één of meer in verband met de ontginning nodige putten danwel één of meer direct met die ontginning verband houdende bovengrondse installaties aanwezig zijn, zomede voor elke uitbreiding van zodanig terrein aan de betrokken gemeente uit een bedrag ineens, danwel, indien het gemeentebestuur daarom verzoekt, een jaarlijks bedrag, berekend naar de oppervlakte van dat terrein of van die uitbreiding op de hieronder vermelde grondslag, waarbij het laatstelijk vóór de dag, bedoeld in het tweede lid, onderscheidenlijk vóór de eerste dag na elk jaar, bedoeld in het derde lid, door het Centraal Bureau voor de Statistiek berekende en in het «Statistisch bulletin van het Centraal Bureau voor de Statistiek» gepubliceerde indexcijfer van de cao-lonen per maand inclusief bijzondere beloningen, leeftijd volwassenen (basisjaar 1990) wordt aangegeven met de letter a:
uitkering ineens: a/100 x € 3,29 per gehele m 2;
jaarlijkse uitkering: a/100 x € 0,17 per gehele m 2;
2. De in het eerste lid bedoelde uitkering ineens is verschuldigd met ingang van de dag waarop de put gereed is voor ingebruikname onderscheidenlijk de dag waarop de installatie is voltooid.
3. In geval van een jaarlijkse uitkering als in het eerste lid bedoeld is deze voor het eerst verschuldigd over het kalenderjaar, waarin de uitkering ineens verschuldigd zou zijn geworden, en vervolgens over elk jaar, gedurende hetwelk het desbetreffende terrein of de desbetreffende uitbreiding ten behoeve van de ontginning in gebruik is, tot en met het jaar volgend op dat, waarin en voor zover het terrein met inachtneming van hetgeen krachtens de Mijnwet 1903is bepaald, weer in een toestand overeenkomstig het oorspronkelijke gebruik is gebracht.
4. De uitkeringen worden voldaan:
a. wat betreft de uitkering ineens, binnen drie weken na de dag, met ingang waarvan zij verschuldigd is geworden, en
b. wat betreft de jaarlijkse uitkering, telkens binnen drie weken na de eerste dag van het jaar volgend op dat, waarover zij verschuldigd is.
uitkering ineens: a/100 x € 3,29 per gehele m 2;
jaarlijkse uitkering: a/100 x € 0,17 per gehele m 2;
2. De in het eerste lid bedoelde uitkering ineens is verschuldigd met ingang van de dag waarop de put gereed is voor ingebruikname onderscheidenlijk de dag waarop de installatie is voltooid.
3. In geval van een jaarlijkse uitkering als in het eerste lid bedoeld is deze voor het eerst verschuldigd over het kalenderjaar, waarin de uitkering ineens verschuldigd zou zijn geworden, en vervolgens over elk jaar, gedurende hetwelk het desbetreffende terrein of de desbetreffende uitbreiding ten behoeve van de ontginning in gebruik is, tot en met het jaar volgend op dat, waarin en voor zover het terrein met inachtneming van hetgeen krachtens de Mijnwet 1903is bepaald, weer in een toestand overeenkomstig het oorspronkelijke gebruik is gebracht.
4. De uitkeringen worden voldaan:
a. wat betreft de uitkering ineens, binnen drie weken na de dag, met ingang waarvan zij verschuldigd is geworden, en
b. wat betreft de jaarlijkse uitkering, telkens binnen drie weken na de eerste dag van het jaar volgend op dat, waarover zij verschuldigd is.