BWBR0007963
Geldig vanaf 1996-06-05
Artikel 2.17
Besluit concessies koolwaterstoffen Nederlands territoir 1996
1. De concessiehouder is telkens met ingang van het tijdstip, waarop een maand na het einde van een boekjaar is verstreken, aan de staat als tweede vooruitbetaling een door Onze Minister en Onze Minister van Financiën vastgesteld bedrag verschuldigd.
2. Genoemde Ministers stellen zodanig bedrag vast op het volle bedrag, dat naar hun redelijke schatting op grond van artikel 2.12, over het betrokken boekjaar verschuldigd zal zijn, verminderd – voor zover mogelijk –:
a. met de belasting, welke naar hun redelijke schatting over dat boekjaar zal worden geheven;
b. met vervolgens het bedrag, dat de concessiehouder over dat boekjaar als eerste vooruitbetaling heeft betaald.
3. De eerste vooruitbetaling wordt, voor zover de in het tweede lid, onder b, bedoelde vermindering niet mogelijk is, zo spoedig mogelijk terugbetaald.
4. De concessiehouder is verplicht het ingevolge het eerste lid verschuldigde bedrag te voldoen jaarlijks binnen drie weken nadat dit bedrag verschuldigd is geworden.
2. Genoemde Ministers stellen zodanig bedrag vast op het volle bedrag, dat naar hun redelijke schatting op grond van artikel 2.12, over het betrokken boekjaar verschuldigd zal zijn, verminderd – voor zover mogelijk –:
a. met de belasting, welke naar hun redelijke schatting over dat boekjaar zal worden geheven;
b. met vervolgens het bedrag, dat de concessiehouder over dat boekjaar als eerste vooruitbetaling heeft betaald.
3. De eerste vooruitbetaling wordt, voor zover de in het tweede lid, onder b, bedoelde vermindering niet mogelijk is, zo spoedig mogelijk terugbetaald.
4. De concessiehouder is verplicht het ingevolge het eerste lid verschuldigde bedrag te voldoen jaarlijks binnen drie weken nadat dit bedrag verschuldigd is geworden.