BWBR0007963
Geldig vanaf 1996-06-05
Artikel 2.29
Besluit concessies koolwaterstoffen Nederlands territoir 1996
1. Indien de concessiehouder niet binnen het grondgebied van Nederland is gevestigd of niet zelf de ontginning leidt, wijst hij één of meer personen aan, die hem in alle aangelegenheden, de concessie betreffende, vertegenwoordigen en zijn belast met de dagelijkse leiding van zijn met gebruikmaking van de concessie uitgeoefende bedrijf.
2. Van een aanwijzing als in het eerste lid bedoeld wordt onverwijld mededeling gedaan aan Onze Minister en aan de Inspecteur-Generaal der Mijnen.
3. De in het eerste lid bedoelde vertegenwoordigers houden in Nederland kantoor en hebben aldaar hun woonplaats en vaste verblijf. Dit geldt eveneens voor degenen, die belast zijn met de dagelijkse leiding van het met de concessie uitgeoefende bedrijf, ingeval de concessiehouder binnen het grondgebied van Nederland is gevestigd.
2. Van een aanwijzing als in het eerste lid bedoeld wordt onverwijld mededeling gedaan aan Onze Minister en aan de Inspecteur-Generaal der Mijnen.
3. De in het eerste lid bedoelde vertegenwoordigers houden in Nederland kantoor en hebben aldaar hun woonplaats en vaste verblijf. Dit geldt eveneens voor degenen, die belast zijn met de dagelijkse leiding van het met de concessie uitgeoefende bedrijf, ingeval de concessiehouder binnen het grondgebied van Nederland is gevestigd.