BWBR0007963
Geldig vanaf 1996-06-05
Artikel 3.10
Besluit concessies koolwaterstoffen Nederlands territoir 1996
1. Indien de concessiehouder buiten een reeds aangetoond voorkomen koolwaterstoffen in een economisch winbare hoeveelheid heeft aangetoond, is hij verplicht zijn medewerking te verlenen aan de totstandkoming van een overeenkomst van maatschap, waarin de concessiehouder voor 60% en een door Onze Minister aangewezen naamloze vennootschap of besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, waarvan alle aandelen middellijk of onmiddellijk aan de staat toebehoren, voor 40% belang neemt, en krachtens welke overeenkomst de concessiehouder de bedoelde koolwaterstoffen slechts voor rekening van de maatschap zal ontginnen en welke in elk geval de in de artikelen 3.3, 3.4en 3.5bedoelde bepalingen behelst.
2. Het eerste lid geldt niet, indien de staat hierdoor naar redelijke schatting financieel nadeel zal lijden.
3. Onze Minister beslist binnen zes maanden na de dag, waarop hem bekend is geworden dat de concessiehouder koolwaterstoffen in een economisch winbare hoeveelheid heeft aangetoond, of de in het eerste lid bedoelde verplichting al dan niet geldt.
4. De overeenkomst, bedoeld in het eerste lid, dient binnen een door Onze Minister vast te stellen termijn tot stand te komen en dient door Onze Minister te worden goedgekeurd. Het is verboden de in het eerste lid bedoelde koolwaterstoffen te ontginnen zolang de goedkeuring niet is verleend. De overeenkomst kan niet worden gewijzigd dan na goedkeuring door Onze Minister.
2. Het eerste lid geldt niet, indien de staat hierdoor naar redelijke schatting financieel nadeel zal lijden.
3. Onze Minister beslist binnen zes maanden na de dag, waarop hem bekend is geworden dat de concessiehouder koolwaterstoffen in een economisch winbare hoeveelheid heeft aangetoond, of de in het eerste lid bedoelde verplichting al dan niet geldt.
4. De overeenkomst, bedoeld in het eerste lid, dient binnen een door Onze Minister vast te stellen termijn tot stand te komen en dient door Onze Minister te worden goedgekeurd. Het is verboden de in het eerste lid bedoelde koolwaterstoffen te ontginnen zolang de goedkeuring niet is verleend. De overeenkomst kan niet worden gewijzigd dan na goedkeuring door Onze Minister.