BWBR0007667
Geldig vanaf 1996-01-01
Artikel 9a
Bouwstoffenbesluit bodem- en oppervlaktewaterenbescherming
1. Tenzij het gaat om bouwstoffen waarvan op grond van kennis of organoleptische waarneming niet kan of redelijkerwijs niet zou kunnen worden aangenomen dat die bouwstoffen voldoen aan de samenstellings- en immissiewaarden, zoals aangegeven in bijlage 2, is artikel 9niet van toepassing op:
a. het op of in de bodem gebruiken van gezaagde natuursteenproducten of metselmortel;
b. het zonder bewerking opnieuw op of in de bodem gebruiken van vormgegeven bouwstoffen van beton, keramiek, natuursteen, alsmede bakstenen;
c. het opnieuw warm in situ op of in de bodem gebruiken van asfalt in wegverhardingen, indien overeenkomstig de CROW-rapport 04-08, «Richtlijn omgaan met vrijkomend asfalt» wordt aangetoond dat het materiaal niet teerhoudend is;
d. het binnen een project op of in de bodem zonder bewerking en onder dezelfde condities opnieuw gebruiken van categorie 1-bouwstoffen, mits wordt aangetoond dat de bouwstof voldoet aan de samenstellings- en immissiewaarden, zoals aangegeven in bijlage 2 op grond van: 1°. algemene informatie of
2°. gegevens omtrent samenstelling en immissie die bij of krachtens het eerste tot en met achtste lid van artikel 9 of vooruitlopend daarop onder de vigeur van het IPO- interimbeleid «Werken met secundaire grondstoffen» zijn bepaald in het kader van het eerdere gebruiken in een werk.
1°. algemene informatie of
2°. gegevens omtrent samenstelling en immissie die bij of krachtens het eerste tot en met achtste lid van artikel 9 of vooruitlopend daarop onder de vigeur van het IPO- interimbeleid «Werken met secundaire grondstoffen» zijn bepaald in het kader van het eerdere gebruiken in een werk.
2. Tot vijf jaar na het tijdstip waarop opnieuw asfalt als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c of opnieuw binnen een project een categorie1-bouwstof niet zijnde grond als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d in een werk is aangebracht, worden op verzoek van het bevoegd gezag de gegevens als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c respectievelijk onderdeel d, onder 1° en 2° verstrekt.
a. het op of in de bodem gebruiken van gezaagde natuursteenproducten of metselmortel;
b. het zonder bewerking opnieuw op of in de bodem gebruiken van vormgegeven bouwstoffen van beton, keramiek, natuursteen, alsmede bakstenen;
c. het opnieuw warm in situ op of in de bodem gebruiken van asfalt in wegverhardingen, indien overeenkomstig de CROW-rapport 04-08, «Richtlijn omgaan met vrijkomend asfalt» wordt aangetoond dat het materiaal niet teerhoudend is;
d. het binnen een project op of in de bodem zonder bewerking en onder dezelfde condities opnieuw gebruiken van categorie 1-bouwstoffen, mits wordt aangetoond dat de bouwstof voldoet aan de samenstellings- en immissiewaarden, zoals aangegeven in bijlage 2 op grond van: 1°. algemene informatie of
2°. gegevens omtrent samenstelling en immissie die bij of krachtens het eerste tot en met achtste lid van artikel 9 of vooruitlopend daarop onder de vigeur van het IPO- interimbeleid «Werken met secundaire grondstoffen» zijn bepaald in het kader van het eerdere gebruiken in een werk.
1°. algemene informatie of
2°. gegevens omtrent samenstelling en immissie die bij of krachtens het eerste tot en met achtste lid van artikel 9 of vooruitlopend daarop onder de vigeur van het IPO- interimbeleid «Werken met secundaire grondstoffen» zijn bepaald in het kader van het eerdere gebruiken in een werk.
2. Tot vijf jaar na het tijdstip waarop opnieuw asfalt als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c of opnieuw binnen een project een categorie1-bouwstof niet zijnde grond als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d in een werk is aangebracht, worden op verzoek van het bevoegd gezag de gegevens als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c respectievelijk onderdeel d, onder 1° en 2° verstrekt.