BWBR0007667
Geldig vanaf 1996-01-01
Artikel 5
Bouwstoffenbesluit bodem- en oppervlaktewaterenbescherming
1. Tot één jaar na het tijdstip waarop schone grond in een werk is aangebracht, verstrekt degene die die grond op of in de bodem gebruikt op verzoek van het bevoegd gezag gegevens met betrekking tot de samenstelling van die grond.
2. Indien het bevoegd gezag daarom verzoekt, dienen de gegevens die ingevolge het eerste lid worden verstrekt, te zijn verkregen door bepaling van de samenstelling van de grond door een door Onze Ministers aangewezen instantie overeenkomstig de bij regeling van Onze Ministers ter zake gestelde regels of overeenkomstig een wijze die gelijkwaardig is aan de wijze zoals in die regels wordt voorgeschreven.
3. Bij regeling van Onze Ministers:
a. kunnen gevallen worden aangewezen, waarin de verplichting, bedoeld in het eerste lid, niet geldt, en
b. kan een formulier worden vastgesteld, dat bij het verstrekken van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, wordt gebruikt.
4. Degene die grond gebruikt, waarvoor een door Onze Ministers erkende kwaliteitsverklaring is afgegeven, waaruit blijkt dat die grond is aan te merken als schone grond, kan ter voldoening aan het bepaalde in het eerste en tweede lid aan het bevoegd gezag die kwaliteitsverklaring verstrekken.
2. Indien het bevoegd gezag daarom verzoekt, dienen de gegevens die ingevolge het eerste lid worden verstrekt, te zijn verkregen door bepaling van de samenstelling van de grond door een door Onze Ministers aangewezen instantie overeenkomstig de bij regeling van Onze Ministers ter zake gestelde regels of overeenkomstig een wijze die gelijkwaardig is aan de wijze zoals in die regels wordt voorgeschreven.
3. Bij regeling van Onze Ministers:
a. kunnen gevallen worden aangewezen, waarin de verplichting, bedoeld in het eerste lid, niet geldt, en
b. kan een formulier worden vastgesteld, dat bij het verstrekken van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, wordt gebruikt.
4. Degene die grond gebruikt, waarvoor een door Onze Ministers erkende kwaliteitsverklaring is afgegeven, waaruit blijkt dat die grond is aan te merken als schone grond, kan ter voldoening aan het bepaalde in het eerste en tweede lid aan het bevoegd gezag die kwaliteitsverklaring verstrekken.