BWBR0007667
Geldig vanaf 1996-01-01
Artikel 26
Bouwstoffenbesluit bodem- en oppervlaktewaterenbescherming
1. De waterkwaliteitsbeheerder verbindt aan een vergunning als bedoeld in artikel 1, eerste, derde of vierde lid, van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren, die betrekking heeft op het gebruiken van een bouwstof in oppervlaktewater, voorschriften, inhoudende de verplichting dat isolatiemaatregelen en daarbij behorende beheers- en controlemaatregelen worden getroffen.
2. In de in het eerste lid bedoelde voorschriften wordt ten minste bepaald dat degene die de bouwstof gebruikt:
a. een zodanige isolerende afdichting aanbrengt dat nagenoeg geen contact van de bouwstof met het oppervlaktewater, met hemelwater of met het grondwater plaatsvindt;
b. de afdichting zodanig onderhoudt en controleert dat haar goede werking is gewaarborgd, en
c. de gegevens, verkregen bij de controles van de afdichting, op verzoek aan het bevoegd gezag verstrekt.
3. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op een categorie 1-bouwstof.
2. In de in het eerste lid bedoelde voorschriften wordt ten minste bepaald dat degene die de bouwstof gebruikt:
a. een zodanige isolerende afdichting aanbrengt dat nagenoeg geen contact van de bouwstof met het oppervlaktewater, met hemelwater of met het grondwater plaatsvindt;
b. de afdichting zodanig onderhoudt en controleert dat haar goede werking is gewaarborgd, en
c. de gegevens, verkregen bij de controles van de afdichting, op verzoek aan het bevoegd gezag verstrekt.
3. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op een categorie 1-bouwstof.