BWBR0007077
Geldig vanaf 1995-01-01
Artikel 5
LPG-erkenningsregeling
In de werkplaats moet de volgende apparatuur aanwezig zijn:
a. een uitlaatgastester met lambdabepaling. Een eventuele koolmonoxidemeter met bijbehorende fles kalibratiegas mag uitsluitend worden gebruikt voor motorrijtuigen met een verbrandingsmotor met elektrische ontsteking, waarop de uitlaatgasmeting met lambdabepaling, bedoeld in artikel 5.2.11, negende lid, dan wel artikel 5.3.11, achtste lid, van het Voertuigreglement niet van toepassing is. De uitlaatgastester met lambdabepaling alsmede de koolmonoxidemeter moeten voldoen aan de in artikel 6 gestelde eisen. De fles kalibratiegas moet voldoen aan de eisen, gesteld in artikel 1.3, eerste lid, en artikel 1.6, derde lid, van de Voorschriften meetmiddelen 1997 en moet zich bevinden in een houder die geschikt is in relatie tot de constructie van de koolmonoxidemeter;
b. een koplamptestapparaat welke voldoet aan de in hoofdstuk 3, paragraaf 10, van de Voorschriften meetmiddelen 1997 gestelde eisen;
c. een apparaat waarmee een gasconcentratie overeenkomende met 800 ppm LPG gedetecteerd kan worden (lekgaszoeker);
d. een toerenteller welke voldoet aan de in hoofdstuk 3, paragraaf 2, van de Voorschriften meetmiddelen 1997 gestelde eisen.
a. een uitlaatgastester met lambdabepaling. Een eventuele koolmonoxidemeter met bijbehorende fles kalibratiegas mag uitsluitend worden gebruikt voor motorrijtuigen met een verbrandingsmotor met elektrische ontsteking, waarop de uitlaatgasmeting met lambdabepaling, bedoeld in artikel 5.2.11, negende lid, dan wel artikel 5.3.11, achtste lid, van het Voertuigreglement niet van toepassing is. De uitlaatgastester met lambdabepaling alsmede de koolmonoxidemeter moeten voldoen aan de in artikel 6 gestelde eisen. De fles kalibratiegas moet voldoen aan de eisen, gesteld in artikel 1.3, eerste lid, en artikel 1.6, derde lid, van de Voorschriften meetmiddelen 1997 en moet zich bevinden in een houder die geschikt is in relatie tot de constructie van de koolmonoxidemeter;
b. een koplamptestapparaat welke voldoet aan de in hoofdstuk 3, paragraaf 10, van de Voorschriften meetmiddelen 1997 gestelde eisen;
c. een apparaat waarmee een gasconcentratie overeenkomende met 800 ppm LPG gedetecteerd kan worden (lekgaszoeker);
d. een toerenteller welke voldoet aan de in hoofdstuk 3, paragraaf 2, van de Voorschriften meetmiddelen 1997 gestelde eisen.