BWBR0007077
Geldig vanaf 1995-01-01
Artikel 12
LPG-erkenningsregeling
1. De aanvrager van een erkenning moet, zoveel mogelijk tegelijk met het in artikel 11bedoelde aanvraagformulier, de volgende bescheiden overleggen:
a. voor zover inschrijving in het handelsregister ingevolge de Handelsregisterwet 1996 verplicht is, een niet eerder dan één jaar vóór het tijdstip van indiening van de aanvraag door de secretaris van de Kamer van Koophandel en Fabrieken, waarbij de aanvrager of een onderneming waarop de aanvraag betrekking heeft, is ingeschreven, verstrekt uittreksel, afschrift, fotografische reproduktie of schriftelijke mededeling, waaruit blijkt dat de aanvrager of de onderneming op het tijdstip van afgifte van dat geschrift was ingeschreven in het handelsregister;
b. voor zover inschrijving in het handelsregister ingevolge boek 2 van het Burgerlijk Wetboek verplicht is of inschrijving in het handelsregister ingevolge artikel 30, derde lid, van Boek 2 van genoemde wetboek is geschied, een niet eerder dan één jaar vóór het tijdstip van indiening van de aanvraag door de secretaris van de Kamer van Koophandel en Fabrieken waarbij de aanvrager is ingeschreven, verstrekte afdruk of schriftelijke mededeling, waaruit blijkt dat de aanvrager op het tijdstip van afgifte van die afdruk of mededeling was ingeschreven in het handelsregister;
c. indien de aanvraag namens de aanvrager door een ander wordt ingediend, een gewaarmerkt afschrift van een geschrift waaruit blijkt dat die ander tot de vertegenwoordiging bevoegd is;
d. voor zover van toepassing, een afschrift van de ingevolge artikel 2, tweede lid, vereiste vergunningen voor het autobedrijf dan wel ontheffingen van het verbod het autobedrijf zonder vergunning uit te oefenen, die hun geldigheid niet hebben verloren;
e. voor elke werkplaats waarvoor de erkenning wordt aangevraagd, een plattegrond van de werkplaats en de ruimte waarin de administratie ter zake van de inbouw moet worden gevoerd. Op de plattegrond moet zijn aangegeven waar de inspectieput of de hefinrichting zich bevindt alsmede de plaats waar de controle op de afstelling van de koplampen met het koplamptestapparaat, zoals bedoeld in artikel 4, vijfde lid, onder b, zal plaatsvinden;
f. voor zover ingevolge artikel 6 voor vereiste meetmiddelen een certificaat wordt verlangd, een afschrift van dat certificaat;
g. een afschrift van het in artikel 10 genoemde diploma afgegeven aan de personen die in het aanvraagformulier als bevoegd tot inbouw zijn vermeld.
a. voor zover inschrijving in het handelsregister ingevolge de Handelsregisterwet 1996 verplicht is, een niet eerder dan één jaar vóór het tijdstip van indiening van de aanvraag door de secretaris van de Kamer van Koophandel en Fabrieken, waarbij de aanvrager of een onderneming waarop de aanvraag betrekking heeft, is ingeschreven, verstrekt uittreksel, afschrift, fotografische reproduktie of schriftelijke mededeling, waaruit blijkt dat de aanvrager of de onderneming op het tijdstip van afgifte van dat geschrift was ingeschreven in het handelsregister;
b. voor zover inschrijving in het handelsregister ingevolge boek 2 van het Burgerlijk Wetboek verplicht is of inschrijving in het handelsregister ingevolge artikel 30, derde lid, van Boek 2 van genoemde wetboek is geschied, een niet eerder dan één jaar vóór het tijdstip van indiening van de aanvraag door de secretaris van de Kamer van Koophandel en Fabrieken waarbij de aanvrager is ingeschreven, verstrekte afdruk of schriftelijke mededeling, waaruit blijkt dat de aanvrager op het tijdstip van afgifte van die afdruk of mededeling was ingeschreven in het handelsregister;
c. indien de aanvraag namens de aanvrager door een ander wordt ingediend, een gewaarmerkt afschrift van een geschrift waaruit blijkt dat die ander tot de vertegenwoordiging bevoegd is;
d. voor zover van toepassing, een afschrift van de ingevolge artikel 2, tweede lid, vereiste vergunningen voor het autobedrijf dan wel ontheffingen van het verbod het autobedrijf zonder vergunning uit te oefenen, die hun geldigheid niet hebben verloren;
e. voor elke werkplaats waarvoor de erkenning wordt aangevraagd, een plattegrond van de werkplaats en de ruimte waarin de administratie ter zake van de inbouw moet worden gevoerd. Op de plattegrond moet zijn aangegeven waar de inspectieput of de hefinrichting zich bevindt alsmede de plaats waar de controle op de afstelling van de koplampen met het koplamptestapparaat, zoals bedoeld in artikel 4, vijfde lid, onder b, zal plaatsvinden;
f. voor zover ingevolge artikel 6 voor vereiste meetmiddelen een certificaat wordt verlangd, een afschrift van dat certificaat;
g. een afschrift van het in artikel 10 genoemde diploma afgegeven aan de personen die in het aanvraagformulier als bevoegd tot inbouw zijn vermeld.