BWBR0007077
Geldig vanaf 1995-01-01
Artikel 29
LPG-erkenningsregeling
1. Indien het voertuig blijkens mededeling van de RDW ten aanzien van de LPG-installatie aan een steekproef moet worden onderworpen, gelden voor de erkenninghouder de in de volgende leden genoemde verplichtingen.
2. De erkenninghouder mag in de staat van een voertuig dat aan een steekproef moet worden onderworpen, gedurende negentig minuten na de in artikel 28bedoelde melding geen wijziging aanbrengen of laten aanbrengen.
3. Aan een steekproef moet alle medewerking worden verleend. Onder alle medewerking wordt in ieder geval verstaan dat:
a. de LPG-technicus aanwezig is;
b. feitelijke assistentie wordt verleend bij het uitvoeren van de steekproef. Voorts moeten de ter zake door de Dienst Wegverkeer gegeven aanwijzingen in acht worden genomen.
4. Indien bij de steekproef wordt vastgesteld dat de LPG-installatie niet overeenkomstig artikel 17, tweede lid, is ingebouwd wordt door de functionaris van de RDW een steekproefcontrolerapport opgemaakt welke door deze en door de LPG-technicus wordt ondertekend.
5. De eigenaar of houder van een voertuig, waarvoor een steekproef wordt vereist:
a. moet voorafgaande aan de steekproef deel I A dan wel deel I van het kentekenbewijs, behorende bij het desbetreffende voertuig, aan de daartoe aangewezen functionaris van de RDW, overleggen,
b. mag in de in het tweede lid bedoelde periode van 90 minuten in de staat van het voertuig geen wijzigingen brengen of laten brengen en is verplicht het voertuig voor de uitvoering van de steekproef beschikbaar te houden.
2. De erkenninghouder mag in de staat van een voertuig dat aan een steekproef moet worden onderworpen, gedurende negentig minuten na de in artikel 28bedoelde melding geen wijziging aanbrengen of laten aanbrengen.
3. Aan een steekproef moet alle medewerking worden verleend. Onder alle medewerking wordt in ieder geval verstaan dat:
a. de LPG-technicus aanwezig is;
b. feitelijke assistentie wordt verleend bij het uitvoeren van de steekproef. Voorts moeten de ter zake door de Dienst Wegverkeer gegeven aanwijzingen in acht worden genomen.
4. Indien bij de steekproef wordt vastgesteld dat de LPG-installatie niet overeenkomstig artikel 17, tweede lid, is ingebouwd wordt door de functionaris van de RDW een steekproefcontrolerapport opgemaakt welke door deze en door de LPG-technicus wordt ondertekend.
5. De eigenaar of houder van een voertuig, waarvoor een steekproef wordt vereist:
a. moet voorafgaande aan de steekproef deel I A dan wel deel I van het kentekenbewijs, behorende bij het desbetreffende voertuig, aan de daartoe aangewezen functionaris van de RDW, overleggen,
b. mag in de in het tweede lid bedoelde periode van 90 minuten in de staat van het voertuig geen wijzigingen brengen of laten brengen en is verplicht het voertuig voor de uitvoering van de steekproef beschikbaar te houden.