BWBR0007077
Geldig vanaf 1995-01-01
Artikel 17
LPG-erkenningsregeling
1. De erkenninghouder moet in verband met de inbouw het bij en krachtens de wet bepaalde in acht nemen.
2. De erkenninghouder moet de inbouw van LPG-installaties verrichten met inachtneming van de ingevolge de artikelen 6.1en 6.7, tweede lid, van het Voertuigreglement, gestelde eisen en gebruik makende van de in artikel 5vermelde apparatuur.
3. De inbouw van LPG-installaties mag alleen plaatsvinden in de werkplaatsen waarvoor de erkenning is verleend.
4. Indien door de erkenninghouder ook G3-gassystemen worden ingebouwd, dient voor wat betreft deze systemen uit omschrijvingen en bewijsstukken duidelijk de relatie te blijken tussen de erkenninghouder en de fabrikant, importeur of leverancier van deze systemen. Het betreft hier onder meer informatieverstrekking en inbouwinstructies, alsmede de mogelijkheid voor terugkoppeling betreffende de juistheid en compleetheid daarvan.
2. De erkenninghouder moet de inbouw van LPG-installaties verrichten met inachtneming van de ingevolge de artikelen 6.1en 6.7, tweede lid, van het Voertuigreglement, gestelde eisen en gebruik makende van de in artikel 5vermelde apparatuur.
3. De inbouw van LPG-installaties mag alleen plaatsvinden in de werkplaatsen waarvoor de erkenning is verleend.
4. Indien door de erkenninghouder ook G3-gassystemen worden ingebouwd, dient voor wat betreft deze systemen uit omschrijvingen en bewijsstukken duidelijk de relatie te blijken tussen de erkenninghouder en de fabrikant, importeur of leverancier van deze systemen. Het betreft hier onder meer informatieverstrekking en inbouwinstructies, alsmede de mogelijkheid voor terugkoppeling betreffende de juistheid en compleetheid daarvan.