BWBR0006746
Geldig vanaf 2001-06-02
Artikel 5.3.6
Voertuigreglement
1. Bedrijfsauto’s mogen:
a. niet langer zijn dan 12,00 m;
b. niet breder zijn dan 2,55 m;
c. niet hoger zijn dan 4,00 m.
2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, onderdeel a, mogen:
a. bussen met twee assen niet langer zijn dan 13,50 m;
b. bussen met twee assen die in gebruik genomen zijn vóór 10 september 2003 tot 1 januari 2021 niet langer zijn dan 15,00 m;
c. bussen met meer dan twee assen niet langer zijn dan 15,00 m;
d. gelede bussen niet langer zijn dan 18,75 m;
e. rijdende werktuigen niet langer zijn dan 20,00 m;
f. kermis- en circusvoertuigen niet langer zijn dan 14,00 m.
3. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, onderdeel b, mogen:
a. geconditioneerde voertuigen niet breder zijn dan 2,60 m;
b. rijdende werktuigen niet breder zijn dan 3,00 m.
4. In de afmetingen, bedoeld in het eerste en het derde lid, zijn afneembare bovenbouwen en gestandaardiseerde laadstructuren begrepen.
a. niet langer zijn dan 12,00 m;
b. niet breder zijn dan 2,55 m;
c. niet hoger zijn dan 4,00 m.
2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, onderdeel a, mogen:
a. bussen met twee assen niet langer zijn dan 13,50 m;
b. bussen met twee assen die in gebruik genomen zijn vóór 10 september 2003 tot 1 januari 2021 niet langer zijn dan 15,00 m;
c. bussen met meer dan twee assen niet langer zijn dan 15,00 m;
d. gelede bussen niet langer zijn dan 18,75 m;
e. rijdende werktuigen niet langer zijn dan 20,00 m;
f. kermis- en circusvoertuigen niet langer zijn dan 14,00 m.
3. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, onderdeel b, mogen:
a. geconditioneerde voertuigen niet breder zijn dan 2,60 m;
b. rijdende werktuigen niet breder zijn dan 3,00 m.
4. In de afmetingen, bedoeld in het eerste en het derde lid, zijn afneembare bovenbouwen en gestandaardiseerde laadstructuren begrepen.