BWBR0006746
Geldig vanaf 2001-06-02
Artikel 3.2.17
Voertuigreglement
1. Personenauto’s die in gebruik worden genomen na 31 december 1994, moeten zijn voorzien van een achteruitrij-inrichting en van een snelheidsmeter die voldoen aan het bepaalde in richtlijn 75/443/EEG. Met een snelheidsmeter wordt gelijkgesteld een controleapparaat dat voldoet aan het bepaalde in verordening 3821/85/EEG.
2. Personenauto’s die in gebruik zijn genomen na 30 juni 1967 doch voor 1 januari 1995, moeten zijn voorzien van een goed werkende snelheidsmeter, die ook bij nacht voor de bestuurder goed afleesbaar is.
3. Personenauto’s die in gebruik zijn genomen voor 1 januari 1995, moeten zijn voorzien van een inrichting om achteruit te rijden.
2. Personenauto’s die in gebruik zijn genomen na 30 juni 1967 doch voor 1 januari 1995, moeten zijn voorzien van een goed werkende snelheidsmeter, die ook bij nacht voor de bestuurder goed afleesbaar is.
3. Personenauto’s die in gebruik zijn genomen voor 1 januari 1995, moeten zijn voorzien van een inrichting om achteruit te rijden.