BWBR0006746
Geldig vanaf 2001-06-02
Artikel 2.4
Voertuigreglement
De afdelingen 4, 5en 6 van hoofdstuk 3zijn niet van toepassing op:
a. motorrijtuigen met een door de constructie bepaalde maximum snelheid van ten hoogste 6 km/h;
b. motorrijtuigen die bestemd zijn om door een voetganger te worden meegevoerd;
c. motorrijtuigen die bestemd zijn voor gebruik door lichamelijk gehandicapten;
d. landbouw- of bosbouwtrekkers en andere motorrijtuigen die bestemd zijn voor de landbouw of daarmee vergelijkbare doeleinden;
e. motorrijtuigen met drie symmetrisch geplaatste wielen, waarvan een wiel aan de voorzijde en twee wielen aan de achterzijde, die voornamelijk zijn ontworpen voor gebruik buiten de wegen en voor vrijetijdsbesteding;
f. onderdelen of technische eenheden van de in de onderdelen a tot en met e bedoelde voertuigen voor zover deze niet bestemd zijn om op motorfietsen, driewielige motorrijtuigen of bromfietsen gemonteerd te worden;
g. fietsen met trapondersteuning, voorzien van een elektrische hulpmotor met een continu vermogen van maximaal 0,25 kW waarvan de aandrijfkracht geleidelijk vermindert en ten slotte wordt onderbroken wanneer het voertuig een snelheid van 25 km/u bereikt, of eerder, indien de bestuurder ophoudt met trappen;
h. onderdelen of technische eenheden van de in onderdeel g bedoelde voertuigen.
a. motorrijtuigen met een door de constructie bepaalde maximum snelheid van ten hoogste 6 km/h;
b. motorrijtuigen die bestemd zijn om door een voetganger te worden meegevoerd;
c. motorrijtuigen die bestemd zijn voor gebruik door lichamelijk gehandicapten;
d. landbouw- of bosbouwtrekkers en andere motorrijtuigen die bestemd zijn voor de landbouw of daarmee vergelijkbare doeleinden;
e. motorrijtuigen met drie symmetrisch geplaatste wielen, waarvan een wiel aan de voorzijde en twee wielen aan de achterzijde, die voornamelijk zijn ontworpen voor gebruik buiten de wegen en voor vrijetijdsbesteding;
f. onderdelen of technische eenheden van de in de onderdelen a tot en met e bedoelde voertuigen voor zover deze niet bestemd zijn om op motorfietsen, driewielige motorrijtuigen of bromfietsen gemonteerd te worden;
g. fietsen met trapondersteuning, voorzien van een elektrische hulpmotor met een continu vermogen van maximaal 0,25 kW waarvan de aandrijfkracht geleidelijk vermindert en ten slotte wordt onderbroken wanneer het voertuig een snelheid van 25 km/u bereikt, of eerder, indien de bestuurder ophoudt met trappen;
h. onderdelen of technische eenheden van de in onderdeel g bedoelde voertuigen.