BWBR0006746
Geldig vanaf 2001-06-02
Artikel 1.5
Voertuigreglement
1. Voor de bepaling van het aantal lichten wordt als één licht aangemerkt elke combinatie van twee of meer al dan niet identieke lichten die:
a. dezelfde functie vervullen,
b. licht van dezelfde kleur uitstralen, en
c. een verlichtingsinrichting vormen waarvan de lichtdoorlatende gedeelten van de lichten op een zelfde verticaal vlak ten minste 60,0% beslaan van het oppervlak van de kleinste rechthoek die om de lichtdoorlatende gedeelten van de lichten kan worden beschreven.
2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid geldt voor lichten waarvoor een goedkeuring als bedoeld in richtlijn 76/756/EEGis vereist, tevens dat een dergelijke combinatie als één enkel licht is goedgekeurd.
3. Het eerste lid, voorzover dit betrekking heeft op voertuigen die niet vallen onder richtlijn 92/61/EEGof richtlijn 2002/24/EG, en het tweede lid zijn niet van toepassing op groot licht, dimlicht en mistlichten aan de voorzijde.
a. dezelfde functie vervullen,
b. licht van dezelfde kleur uitstralen, en
c. een verlichtingsinrichting vormen waarvan de lichtdoorlatende gedeelten van de lichten op een zelfde verticaal vlak ten minste 60,0% beslaan van het oppervlak van de kleinste rechthoek die om de lichtdoorlatende gedeelten van de lichten kan worden beschreven.
2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid geldt voor lichten waarvoor een goedkeuring als bedoeld in richtlijn 76/756/EEGis vereist, tevens dat een dergelijke combinatie als één enkel licht is goedgekeurd.
3. Het eerste lid, voorzover dit betrekking heeft op voertuigen die niet vallen onder richtlijn 92/61/EEGof richtlijn 2002/24/EG, en het tweede lid zijn niet van toepassing op groot licht, dimlicht en mistlichten aan de voorzijde.