BWBR0005933
Geldig vanaf 1993-04-01
Artikel 15
Regeling superheffing 1993
1. Een referentiehoeveelheid kan worden overgedragen in samenhang met de overdracht van voor de melkproductie gebruikte grond, niet zijnde een geheel bedrijf, als overeengekomen door betrokken partijen met inachtneming van de hierna volgende bepalingen.
2. De over te dragen referentiehoeveelheid mag niet meer bedragen dan 20.000 kg per hectare grond.
3. De over te dragen referentiehoeveelheid omvat minimaal 20 000 kg. Dit minimum behoeft niet in acht te worden genomen indien de totale referentiehoeveelheid van de vervreemder minder dan 20 000 kg bedraagt en deze hoeveelheid in zijn geheel wordt overgedragen. Voorts behoeft dit minimum niet in acht te worden genomen bij het eindigen, beëindigen en ontbinden van een pachtovereenkomst, die is goedgekeurd door de grondkamer vóór 1 april 1993.
4. De ingevolge het eerste lid met een referentiehoeveelheid over te dragen grond dient gedurende een periode van één jaar voorafgaande aan de overdracht daadwerkelijk voor de melkproductie op het betrokken bedrijf in gebruik te zijn geweest. Voorts dient de met een referentiehoeveelheid over te dragen grond gedurende een periode van één jaar na de overdracht daadwerkelijk voor de melkproductie op het betrokken bedrijf in gebruik te blijven. In geval van beëindiging van een pachtovereenkomst als bedoeld in artikel 23, tweede lid, onder a, c en d, dient de terug over te dragen grond gedurende een periode van één jaar voorafgaande aan de beëindiging van een pachtovereenkomst daadwerkelijk voor de melkproductie op het betrokken bedrijf in gebruik te zijn geweest.
5. Voor degene die ingevolge het bepaalde in paragraaf 7de gehele aan zijn bedrijf gerelateerde referentiehoeveelheid tijdelijk heeft overgedragen en om die reden niet aan het gestelde in de eerste en laatste volzin van het vierde lid, kan voldoen, geldt dat de ingevolge het eerste lid over te dragen grond gedurende één jaar voorafgaand aan de tijdelijke overdracht van de gehele aan het bedrijf gerelateerde referentiehoeveelheid, daadwerkelijk voor de melkproductie op zijn bedrijf in gebruik moet zijn geweest.
6. Het productschap kan ingeval van overdracht krachtens erfrecht of huwelijksvermogensrecht ontheffing verlenen van het bepaalde in het vierde lid.
2. De over te dragen referentiehoeveelheid mag niet meer bedragen dan 20.000 kg per hectare grond.
3. De over te dragen referentiehoeveelheid omvat minimaal 20 000 kg. Dit minimum behoeft niet in acht te worden genomen indien de totale referentiehoeveelheid van de vervreemder minder dan 20 000 kg bedraagt en deze hoeveelheid in zijn geheel wordt overgedragen. Voorts behoeft dit minimum niet in acht te worden genomen bij het eindigen, beëindigen en ontbinden van een pachtovereenkomst, die is goedgekeurd door de grondkamer vóór 1 april 1993.
4. De ingevolge het eerste lid met een referentiehoeveelheid over te dragen grond dient gedurende een periode van één jaar voorafgaande aan de overdracht daadwerkelijk voor de melkproductie op het betrokken bedrijf in gebruik te zijn geweest. Voorts dient de met een referentiehoeveelheid over te dragen grond gedurende een periode van één jaar na de overdracht daadwerkelijk voor de melkproductie op het betrokken bedrijf in gebruik te blijven. In geval van beëindiging van een pachtovereenkomst als bedoeld in artikel 23, tweede lid, onder a, c en d, dient de terug over te dragen grond gedurende een periode van één jaar voorafgaande aan de beëindiging van een pachtovereenkomst daadwerkelijk voor de melkproductie op het betrokken bedrijf in gebruik te zijn geweest.
5. Voor degene die ingevolge het bepaalde in paragraaf 7de gehele aan zijn bedrijf gerelateerde referentiehoeveelheid tijdelijk heeft overgedragen en om die reden niet aan het gestelde in de eerste en laatste volzin van het vierde lid, kan voldoen, geldt dat de ingevolge het eerste lid over te dragen grond gedurende één jaar voorafgaand aan de tijdelijke overdracht van de gehele aan het bedrijf gerelateerde referentiehoeveelheid, daadwerkelijk voor de melkproductie op zijn bedrijf in gebruik moet zijn geweest.
6. Het productschap kan ingeval van overdracht krachtens erfrecht of huwelijksvermogensrecht ontheffing verlenen van het bepaalde in het vierde lid.