BWBR0005933
Geldig vanaf 1993-04-01
Artikel 27
Regeling superheffing 1993
1. Aan het eind van de heffingsperiode stelt de koper een afrekening op voor de producent conform het bepaalde in artikel 5, eerste lid, van Verordening (EG) nr. 1392/2001.
2. De koper deelt jaarlijks voor 15 mei, overeenkomstig het bepaalde in artikel 5, tweede lid, van Verordening (EG) nr. 1392/2001en overeenkomstig de door het productschap daartoe gestelde regelen, aan het productschap het overzicht mede, waarin zijn opgenomen alle in voornoemd artikel 5, tweede lid, bedoelde gegevens.
3. De in het tweede lid bedoelde aangifte van de koper dient vergezeld te gaan van een verklaring van een register-accountant, zoals bedoeld in artikel 55 juncto artikel 58 van de Wet op de Registeraccountants, of een accountants-administratieconsulent, zoals bedoeld in artikel 7juncto artikel 10 van de Wet op de Accountantsadministratieconsulenten, omtrent de juistheid van de in de aangifte vermelde gegevens.
4. Indien de in het tweede lid bedoelde aangifte niet tijdig wordt gedaan, legt het productschap de in artikel 5, derde en vierde lid, van Verordening (EG) nr. 1392/2001bedoelde sanctie op aan de koper.
5. Het productschap stelt de koper in kennis van het bedrag van de heffing die deze verschuldigd is, zulks na al dan niet, volgens het besluit van het productschap, de ongebruikte referentiehoeveelheden geheel of gedeeltelijk opnieuw te hebben toegewezen aan de kopers met het oog op omslag over de betrokken producenten.
6. De koper betaalt de verschuldigde heffing aan het productschap vóór 1 september. Bij overschrijding van deze termijn is de koper vanaf overschrijding tot het moment van voldoening van de schuld rente als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van Verordening (EG) nr. 1392/2001verschuldigd zonder dat ingebrekestelling of rechterlijke tussenkomst is vereist.
2. De koper deelt jaarlijks voor 15 mei, overeenkomstig het bepaalde in artikel 5, tweede lid, van Verordening (EG) nr. 1392/2001en overeenkomstig de door het productschap daartoe gestelde regelen, aan het productschap het overzicht mede, waarin zijn opgenomen alle in voornoemd artikel 5, tweede lid, bedoelde gegevens.
3. De in het tweede lid bedoelde aangifte van de koper dient vergezeld te gaan van een verklaring van een register-accountant, zoals bedoeld in artikel 55 juncto artikel 58 van de Wet op de Registeraccountants, of een accountants-administratieconsulent, zoals bedoeld in artikel 7juncto artikel 10 van de Wet op de Accountantsadministratieconsulenten, omtrent de juistheid van de in de aangifte vermelde gegevens.
4. Indien de in het tweede lid bedoelde aangifte niet tijdig wordt gedaan, legt het productschap de in artikel 5, derde en vierde lid, van Verordening (EG) nr. 1392/2001bedoelde sanctie op aan de koper.
5. Het productschap stelt de koper in kennis van het bedrag van de heffing die deze verschuldigd is, zulks na al dan niet, volgens het besluit van het productschap, de ongebruikte referentiehoeveelheden geheel of gedeeltelijk opnieuw te hebben toegewezen aan de kopers met het oog op omslag over de betrokken producenten.
6. De koper betaalt de verschuldigde heffing aan het productschap vóór 1 september. Bij overschrijding van deze termijn is de koper vanaf overschrijding tot het moment van voldoening van de schuld rente als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van Verordening (EG) nr. 1392/2001verschuldigd zonder dat ingebrekestelling of rechterlijke tussenkomst is vereist.