BWBR0005933
Geldig vanaf 1993-04-01
Artikel 23
Regeling superheffing 1993
1. Onder overdracht wordt in deze paragraaf verstaan:
a. overdracht in eigendom onder bijzondere titel;
b. een door de grondkamer goedgekeurde pachtovereenkomst als bedoeld in artikel 1 van de Pachtwet betreffende los land hetwelk groter is dan één hectare of een hoeve geldend voor de duur van meer dan één jaar;
c. een schriftelijke pachtovereenkomst als bedoeld in artikel 1 van de Pachtwet betreffende los land hetwelk niet groter is dan één hectare, geldend voor de duur van meer dan één jaar;.
d. een door de grondkamer geregistreerde pachtovereenkomst als bedoeld in artikel 70f, tweede lid, van de Pachtwet, geldend voor de duur van meer dan één jaar doch voor ten hoogste twee jaar;
e. overdracht ingevolge vestiging, overdracht of tenietgaan van het recht van erfpacht of het recht van vruchtgebruik.
2. Aan het hieronder bepaalde is het zelfde gevolg verbonden als aan de pachtovereenkomst als bedoeld in het eerste lid, de onderdelen b, c en d;
a. een door de grondkamer goedgekeurde beëindigingsovereenkomst van een pachtovereenkomst;
b. een schriftelijke beëindigingsovereenkomst van een pachtovereenkomst als bedoeld in het eerste lid, onderdelen c en d;
c. het eindigen van een pachtovereenkomst als bedoeld in het eerste lid onderdelen c en d, alsmede van een door de Grondkamers goedgekeurde pachtovereenkomst als bedoeld in artikel 12, derde lid, van de Pachtwet, geldend voor de duur van meer dan één jaar, zonder dat een verzoek als bedoeld in artikel 37, eerste lid, van de Pachtwet is ingediend, of van een pachtovereenkomst als bedoeld in artikel 70f, vijfde lid, van de Pachtwet;
d. een door de rechter uitgesproken ontbinding van een pachtovereenkomst;
e. een afwijzing door de rechter van een verzoek tot verlenging van een pachtovereenkomst;
f. het eindigen van een pachtovereenkomst als gevolg van een kennisgeving als bedoeld in artikel 36, tweede lid, van de Pachtwet, waarna niet overeenkomstig artikel 36, derde lid, van de Pachtwet om verlenging is verzocht.
3. Voor het tijdstip van overdracht van de referentiehoeveelheid is bepalend:
a. de inschrijving van de desbetreffende akte in de in artikel 89 van boek 3 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde openbare registers met dien verstande dat in het geval van het tenietgaan van het recht van erfpacht of van het recht van vruchtgebruik het tijdstip van het tenietgaan in aanmerking wordt genomen;
b. de ingangsdatum van de pachtovereenkomst dan wel de datum waarop de betrokken partijen de pachtovereenkomst schriftelijk zijn aangegaan, voor zover deze na de ingangsdatum ligt.
a. overdracht in eigendom onder bijzondere titel;
b. een door de grondkamer goedgekeurde pachtovereenkomst als bedoeld in artikel 1 van de Pachtwet betreffende los land hetwelk groter is dan één hectare of een hoeve geldend voor de duur van meer dan één jaar;
c. een schriftelijke pachtovereenkomst als bedoeld in artikel 1 van de Pachtwet betreffende los land hetwelk niet groter is dan één hectare, geldend voor de duur van meer dan één jaar;.
d. een door de grondkamer geregistreerde pachtovereenkomst als bedoeld in artikel 70f, tweede lid, van de Pachtwet, geldend voor de duur van meer dan één jaar doch voor ten hoogste twee jaar;
e. overdracht ingevolge vestiging, overdracht of tenietgaan van het recht van erfpacht of het recht van vruchtgebruik.
2. Aan het hieronder bepaalde is het zelfde gevolg verbonden als aan de pachtovereenkomst als bedoeld in het eerste lid, de onderdelen b, c en d;
a. een door de grondkamer goedgekeurde beëindigingsovereenkomst van een pachtovereenkomst;
b. een schriftelijke beëindigingsovereenkomst van een pachtovereenkomst als bedoeld in het eerste lid, onderdelen c en d;
c. het eindigen van een pachtovereenkomst als bedoeld in het eerste lid onderdelen c en d, alsmede van een door de Grondkamers goedgekeurde pachtovereenkomst als bedoeld in artikel 12, derde lid, van de Pachtwet, geldend voor de duur van meer dan één jaar, zonder dat een verzoek als bedoeld in artikel 37, eerste lid, van de Pachtwet is ingediend, of van een pachtovereenkomst als bedoeld in artikel 70f, vijfde lid, van de Pachtwet;
d. een door de rechter uitgesproken ontbinding van een pachtovereenkomst;
e. een afwijzing door de rechter van een verzoek tot verlenging van een pachtovereenkomst;
f. het eindigen van een pachtovereenkomst als gevolg van een kennisgeving als bedoeld in artikel 36, tweede lid, van de Pachtwet, waarna niet overeenkomstig artikel 36, derde lid, van de Pachtwet om verlenging is verzocht.
3. Voor het tijdstip van overdracht van de referentiehoeveelheid is bepalend:
a. de inschrijving van de desbetreffende akte in de in artikel 89 van boek 3 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde openbare registers met dien verstande dat in het geval van het tenietgaan van het recht van erfpacht of van het recht van vruchtgebruik het tijdstip van het tenietgaan in aanmerking wordt genomen;
b. de ingangsdatum van de pachtovereenkomst dan wel de datum waarop de betrokken partijen de pachtovereenkomst schriftelijk zijn aangegaan, voor zover deze na de ingangsdatum ligt.