BWBR0005933
Geldig vanaf 1993-04-01
Artikel 29
Regeling superheffing 1993
1. De in artikel 4bedoelde producent doet conform het bepaalde in artikel 6, eerste lid, van Verordening (EG) nr. 1392/2001en conform de door het productschap daartoe gestelde regelen, aangifte bij het productschap van de hoeveelheid melk of andere melkproducten die hij in de vorige heffingsperiode rechtstreeks aan de consument, groot- of detailhandel of aan affineurs heeft geleverd, gespecificeerd per product.
2. Indien de producent de in het eerste lid bedoelde aangifte niet voor 15 mei heeft gedaan of een onjuiste aangifte heeft ingediend, legt het productschap de in artikel 6, derde lid, van Verordening (EG) nr. 1392/2001bedoelde sanctie op aan de producent, behoudens in de in artikel 6, vijfde lid, van Verordening (EG) Nr. 1392/2001bedoelde gevallen.
4. Het productschap stelt de producent in kennis van het bedrag van de heffing die deze verschuldigd is, na al dan niet, volgens het besluit van het productschap, de ongebruikte referentiehoeveelheden geheel of gedeeltelijk opnieuw te hebben toegewezen aan de betrokken producenten.
5. De producent betaalt de verschuldigde heffing aan het productschap vóór 1 september. Bij overschrijding van deze termijn is de producent vanaf overschrijding tot het moment van voldoening van de schuld rente als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van Verordening (EG) nr. 1392/2001verschuldigd zonder dat ingebrekestelling of rechterlijke tussenkomst is vereist.
6. De in het vijfde lid bedoelde rente is eveneens vanaf het in dat lid bedoelde tijdstip verschuldigd zonder dat ingebrekestelling of rechterlijke tussenkomst is vereist indien de producent niet of niet volledig heeft voldaan aan de ingevolge het eerste lid op hem rustende verplichting en het productschap de in het vierde lid bedoelde kennisgeving eerst op of na 1 september heeft gedaan.
7. De producent die over een referentiehoeveelheid voor rechtstreekse verkoop beschikt, is verplicht, indien hij in de betrokken heffingsperiode geen melk heeft geleverd, daarvan tijdig aangifte te doen bij het productschap.
2. Indien de producent de in het eerste lid bedoelde aangifte niet voor 15 mei heeft gedaan of een onjuiste aangifte heeft ingediend, legt het productschap de in artikel 6, derde lid, van Verordening (EG) nr. 1392/2001bedoelde sanctie op aan de producent, behoudens in de in artikel 6, vijfde lid, van Verordening (EG) Nr. 1392/2001bedoelde gevallen.
4. Het productschap stelt de producent in kennis van het bedrag van de heffing die deze verschuldigd is, na al dan niet, volgens het besluit van het productschap, de ongebruikte referentiehoeveelheden geheel of gedeeltelijk opnieuw te hebben toegewezen aan de betrokken producenten.
5. De producent betaalt de verschuldigde heffing aan het productschap vóór 1 september. Bij overschrijding van deze termijn is de producent vanaf overschrijding tot het moment van voldoening van de schuld rente als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van Verordening (EG) nr. 1392/2001verschuldigd zonder dat ingebrekestelling of rechterlijke tussenkomst is vereist.
6. De in het vijfde lid bedoelde rente is eveneens vanaf het in dat lid bedoelde tijdstip verschuldigd zonder dat ingebrekestelling of rechterlijke tussenkomst is vereist indien de producent niet of niet volledig heeft voldaan aan de ingevolge het eerste lid op hem rustende verplichting en het productschap de in het vierde lid bedoelde kennisgeving eerst op of na 1 september heeft gedaan.
7. De producent die over een referentiehoeveelheid voor rechtstreekse verkoop beschikt, is verplicht, indien hij in de betrokken heffingsperiode geen melk heeft geleverd, daarvan tijdig aangifte te doen bij het productschap.